Parbode

Parbode

donderdag, 01 augustus 2013 00:00

Surinam op Mauritius

Surinam, Mauritius

Mauritius

Op het eerste gezicht hebben Mauritius en Suriname op de heerlijke temperaturen na niet zoveel gemeen. Maar het feit dat in het zuiden van het kleine eiland in de Indische Oceaan een dorp ligt met de naam Surinam, doet anders vermoeden. Parbode maakte de oversteek.

Suriname en Mauritius liggen duizenden kilometers van elkaar verwijderd, maar ze delen als voormalige Nederlandse koloniën toch een stukje geschiedenis. Ook zijn er grote overeenkomsten in de samenstelling van hun bevolking. Beide landen tellen veel Hindostanen en Creolen en herbergen nog veel meer etniciteiten. Nog een andere overeenkomst suggereert een band. Helemaal in het zuiden van het kleine eilandje ligt een klein dorpje dat de naam Surinam draagt. Alle reden om daar een kijkje te nemen en te peilen in hoeverre het Afrikaanse dorp van iets meer dan tienduizend inwoners, en het Zuid-Amerikaanse land met elkaar te maken hebben. Op het plaatsnaambord staat dat de twin city van Surinam het Engelse plaatsje Spelthorne is. Het straatbeeld doet meer denken aan Suriname dan aan Engeland. Veel zon, lekker veel bedrijvigheid, een uitgebrand huis, eettentjes en mannen die wat schaduw zoeken op een bankje onder een boom. Naast hetzelfde bankje lijkt de Village Hall te liggen. Het blijkt een grote groentewinkel. Een dame die in de lach schiet bij de vraag of dit de Village Hall is, wijst de weg naar een trap die leidt naar het echte gemeentehuis. Dit is ondergebracht in een gebouw waar ook de piepkleine bibliotheek van het dorp zetelt. Het is er stil; op een vriendelijk meisje na is er niemand. Onze tolk, die het Creools machtig is, probeert uit te leggen waar we voor zijn gekomen. Ondanks dat Engels de officiële taal is en in het openbare leven het Frans domineert, spreekt iedereen Creools. Zoals het Sranan in Suriname de taal is die de verschillende bevokingsgroepen bindt. Het Creools is vaak een kortere weg naar het einddoel. In dit geval gaat dat echter niet op. Het meisje kijkt ons schaapachtig doch vriendelijk aan, en kan niks met ons Suriname-verhaal. Ze snapt nog wel dat het een land in Zuid-Amerika is, maar daar blijft het bij. Ze stelt voor de burgemeester te bellen, wat we een uitstekend plan vinden. De burgemeester zelf vindt het daarentegen minder uitstekend en heeft geen zin om naar de Village Hall te komen. Hij schijnt zelf niet in Surinam te wonen. Het meisje tipt nog wel over de heer Jaggernath, een naam die in Suriname bij iedereen bekend in de oren klinkt. Jaggernath blijkt jaren burgemeester geweest te zijn van Surinam en baat aan de overkant van de straat een supermarkt uit. We gaan eropaf en vinden de beste man inderdaad achter de kassa. Hij reageert een stuk opgewekter en is zeer bereid te delen wat hij weet. Hij kent het land, dat is alvast mooi. De naam Surinam heeft volgens hem echter niets te maken met de aanwezigheid van de Hollanders of het land Suriname. Hij ontleedt het woord in twee delen. “Souria betekent in het Hindi zon en Nam betekent simpelweg naam. Samengevoegd is dat Surinam geworden. Het plaatsje is dus eigenlijk vernoemd naar de zon die hier veelvuldig schijnt.” Het overgrote deel van de inwoners van Mauritius is van Hindostaanse afkomst. Volgens de man uit hetzelfde deel als veel van de Hindostanen die naar Suriname zijn vertrokken, namelijk het Bhojpuri-sprekende gedeelte in het noorden. Die herkomst is de enige echte band tussen de twee landen. Van enige uitwisseling van kennis, mensen of correspondentie is geen sprake, wat Jaggernath zichtbaar spijt. “We hebben wel eens contact gehad met mensen uit Suriname, ook met mensen die voor de regering werkten. Ze hadden te kennen gegeven wel geïnteresseerd te zijn in iets van uitwisseling, zoals we dat hebben met Spelthorne. Maar we hebben helaas nooit meer iets van ze gehoord.”

Mauritius 1

Mauritius
De Portugezen landden begin zestiende eeuw als eerste Europeanen op Mauritius, en eiland voor de Afrikaanse oostkust. De Arabieren wisten waarschijnlijk rond het jaar 1000 al van het bestaan af. De Hollanders bouwden omstreeks 1598 onder leiding van Wybrand van Warwijk de eerste nederzettingen op het tropische eiland in de Indische oceaan. Het echte kolonisatieproces kwam maar traag op gang. In 1638 werd Fort Hendrik gebouwd, wat in 1710 in brand werd gestoken toen de Hollanders weer besloten te vertrekken. Volgens de mythe zouden de Hollanders de dodo tot het allerlaatste exemplaar hebben opgegeten. De dodo stond echter bekend bij de Hollanders als zeer slecht te eten. Ze noemden hem de walghvogel. Wel is het waarschijnlijk dat het dier gestorven is door toedoen van de Hollanders. Vervolgens hebben zowel de Fransen als de Engelsen nog de diest uitgemaakt op het eiland.

Comments ()
donderdag, 01 augustus 2013 00:00

De pracht van een leguanenplan

 

Gegrepen door de leguaan

leguaan

Coronie is niet het toonbeeld van bruisende economische activiteit. Toch broedt er wat in het district. Leguanen, om precies te zijn.

Het is stil in Coronie; op het fluiten van wat vogels na. Voor de Chinese winkel in Totness, daar waar alle taxi- en busdiensten stoppen, hangen wat mannen tegen hun brommers. Het verkoopstalletje ernaast is dicht. Het is vrijdagmiddag, maar niet iedereen rust uit van een zware werkweek. “Werk in Coronie? Nee man”, verklaart een man die net uit Nederland is geremigreerd. “Ik heb hier een huis en een perceel, anders zou ik naar de stad gaan.” “Je komt voor leguanenvlees?”, vraagt hij. “Heb je het wel eens op? Het smaakt naar kip. Nee, echt. Maar je moet het niet zelf klaarmaken, dat wordt niks”, lacht hij. “De man die je moet hebben komt eraan hoor”, laat een oudere man weten. Toevallig wacht ook hij op Cleon Gonsalves Jardin da Ponte. Die naam is een hele mond vol voor de bescheiden lachende man die enkele momenten later het dakloze stalletje opent. “U bent geïnteresseerd in de leguanenfarm? Tsja, de media zijn wat te voorbarig geweest”, glimlacht hij. In maart werd met veel omhaal een vergunning verstrekt voor de eerste leguanenfarm in Suriname. Het initiatief kwam van ’s Lands Bosbeheer, dat met het kweken van dieren in gevangenschap de druk op de wildstand wil verminderen. In de districten en met name in het binnenland zijn mensen voor hun eiwitten vooral aangewezen op de jacht en de visserij. Zo worden ook leguanen in het wild gevangen en als lekkernij verkocht, bijvoorbeeld in Coronie. Beschermd zijn ze niet, maar erop jagen mag alleen tijdens een jachtseizoen. Het noorden van het district is bovendien aangewezen als Multiple Use Management Area (Muma), dat wil zeggen dat daar economische activiteiten hand in hand moeten gaan met een duurzaam gebruik van de biodiversiteit. In 2011 startte ’s Lands Bosbeheer daarom het project Suriname Coastal Protected Areas Management Project (SCPAMP), waar het United Nations Development Programme (UNDP) bijna honderdduizend USdollar in stak. Er werden managers en consultants ingeschakeld om de Muma’s beter te beheren en een financiële structuur op te zetten die dat beheer ondersteunt. Na een voorlichtingsbijeenkomst in Totness over de mogelijkheden van het kweken van leguanen in gevangenschap, meldde Cleon Gonsalves Jardin da Ponte zich als eerste… en als enige ondernemer. Zijn leguanenkwekerij in oprichting dient nu als een soort pilotproject. “Voor Coronianen als ik, is de leguaan ons historisch goed. We zijn ermee opgegroeid”, mijmert Cleon. “Bij ieder feest wordt er in de kraampjes weer leguanenvlees verkocht. Maar over een paar lustrums kan mijn eigen kind geen leguaan meer in handen krijgen. Dus als de overheid je zoiets aanreikt, moet je dat met beide handen aangrijpen.” Maar alle stimulerings- en beschermingsprogramma’s ten spijt, moest al een kleine maand nadat de vergunning was uitgereikt de spreekwoordelijke keutel worden ingetrokken. ‘Geldgebrek remt afbouw leguanenfarm Coronie’, was te lezen in de Ware Tijd. “Ze hadden er niet bij nagedacht dat er maar weinig kapitaalkrachtige mensen zijn in Coronie die zoiets kunnen opzetten”, verklaart Gonsalves Jardin da Ponte nu. Ook Cleon had onvoldoende startkapitaal, maar hij investeerde zelf zevenduizend srd die hij met zijn tuinderij had verdiend. Voor aanvulling rekende hij op fondsen. ’s Lands Bosbeheer en de districtscommissaris ondersteunen wel bij het zoeken naar financiers, maar tot nu toe zonder succes. Ook MNO Vervat, dat meters verderop aan de zeedijk bouwt, reageerde niet op een verzoek om sponsoring. Maar Cleon laat zich niet uit het veld slaan. “Ik heb dat geld niet, maar ik blijf niet met mijn armen over elkaar zitten.”

Cleon Gonsalves Jardin da Ponte

Droom
“Kijk en dit wordt de ingang”, zegt Cleon trots, terwijl we op een duiker staan die over een brede gracht voert, “die trens heb ik zelf gegraven.” Hoewel het eigenlijk zijn rustdag is, geeft hij toch graag een rondleiding. “Volgens de districtscommissaris kan het helpen om sponsors te vinden.” Links staan weelderige fruitbomen, rechts strekt een rechthoekig, nagenoeg braakliggend terrein zich uit. Het terrein heeft de oppervlakte van een over de lengte doorgesneden voetbalveld. Van een reptielenkwekerij is nog weinig te zien. Cleon wijst waar ruim een meter achter de gracht een schutting moet komen: “Want leguanen zijn hele goede zwemmers. Hele goede.” Over twee of drie maanden denkt hij het geld bij elkaar gespaard te hebben om de palen voor de afscheiding te betalen. De grootste kostenpost is echter de golfplaat. Die kost tienduizend srd voor de volledige omtrek van het erf. In totaal is hij nog zo’n twintigduizend srd verwijderd van zijn droom. Die droom behelst meer dan een veld vol groene reptielen: Cleon wil de melk en honing terugbrengen naar het district. “Vroeger was dit de agrarische schuur van Suriname. Nu werkt 85 procent van de beroepsbevolking bij de overheid om niets te doen. Als je in een regio zit waar geen creativiteit aanwezig is, kom jijzelf ook moeilijk tot grotere hoogten”, doceert hij, terwijl hij zijn stellingen accentueert of door een rondje te maken met wijsvinger en duim. “Coronie mag geen verzorgingsgebied blijven.” Een stukje verder prijkt tussen de fruitbomen een kooi van twee meter hoog: het kleine begin van de kwekerij. Vanuit het midden wurmen de takken van een noniboom zich een weg naar buiten. Tussen het weelderige groen zoekt Cleon naar de vijf jonge leguanen, die op hun beurt hun schutkleur in de strijd gooien. Veel beestjes zijn het dus nog niet. “Mensen komen de leguanen brengen die ze hebben gevangen. Vorige week vroeg ik aan mijn zoontje om er een in de kooi te doen. Toen heeft hij het deurtje open laten staan. Het waren er vijfentwintig.” Gelukkig planten leguanen zich redelijk snel voort. Een vrouwtje legt twintig tot dertig eieren. Als de jongen de eerste levensmaanden beschermd kunnen worden tegen de vogels, kunnen ze later min of meer onbezorgd over het terrein scharrelen. Na twee jaar zijn ze volgroeid en eetbaar. “Als ik dit goed neerzet, kan ik met mijn armen over elkaar gaan staan. Dan word ik slapend rijk.” Aan de rand van het veld blijft Cleon staan en staart over wat eens parwabos was. “Ik ben de enige hier die zijn achterland heeft gecultiveerd”, zucht hij. Sinds de zeedijk is aangelegd, heeft het zoute water geen invloed meer op de bodem; dat biedt mogelijkheden. Maar het houdt ook in dat er flink geïnvesteerd moet worden om de grond vruchtbaarder te maken. Cleon koopt daarom het hooi van de maaiers van het ministerie van Openbare Werken op en gebruikt zijn eigen tuinafval om een humuslaag op de zoute klei aan te leggen. Op termijn moeten er pick-upladingen vol aarde worden gebracht, totdat de klei volledig is ingeklonken en er zich een vruchtbare laag heeft gevormd. “Als u over een halfjaar terugkomt, dan is het hier helemaal groen”, verzekert hij. Hij struint weer verder over de harde klei. Bij ieder wilde komkommer of bospapaya stopt de tuinder even: “Als ik u dit nog even mag laten zien. Dit eten ze ook.” Bij het achterste gedeelte van het erf staat een grote parwaboom, onaangeroerd. “Kijk”, wijst hij naar een drietal nesten van banabeki’s, “in dit gedeelte kom ik voorlopig niet. Die vogels kwamen daar en gingen nestelen. Ik laat ze met rust. Dan merken ze: ‘die man doet niets’. Als u over een halfjaar terugkomt, zal die boom vol zitten.” Cleons toekomstdroom werd geboren toen zijn dochter terugkwam van school met het jeugdtijdschrift Samsam. Daarin stond een verhaal over een Indonesisch eiland waar kinderen met leguanen spelen. “Dat is toch prachtig. Wij zijn opgegroeid met die beesten. Als we dat hier toch eens zouden kunnen hebben...” Door de informatie die Cleon van ’s Lands Bosbeheer kreeg, werd dat visioen alleen maar concreter. Via de computer kreeg hij een filmpje te zien over een Belgische vrouw op Costa Rica, die haar leguanen voert met gemalen pampoen. Dat doet Cleon liever niet. “Het moet natuurlijk zijn. Zo ben ik het gewend.” Een ander filmpje liet een man zien die zich helemaal bedekt met leguanen, reikend naar de bacoven in zijn hand. Zo ziet Cleons droom eruit. “Al die dingen wil ik meemaken.”

Tijger
Het gaat dus niet alleen om de verkoop van het vlees en het veiligstellen van de voedzame eiwitten; de kwekerij moet toeristen trekken, die Cleon vervolgens kan rondleiden door de zee van leguanen, en misschien zelfs over de nieuwe dijk. “Het is zo prachtig om onder een stuk natuur te lopen”, vertelt hij wanneer hij weer in schaduw van de fruitbomen stapt. Hij laat granaatappels zien (“die kunnen beginnende kankers weghalen”) en kattensnor (“dat werkt tegen nierstenen”). Een wespennest bungelt vervaarlijk aan een tak. “Kijk, dit is ook heel toeristisch”, wijst hij. “De wespen zijn gevaarlijk, maar als de toeristen bij mij blijven, doen ze niets. Als ik zweet en ik hang mijn hemd over een schop onder het nest, dan wennen ze aan mijn geur, dan begrijpen ze mij.” Bij een boom, die op anderhalve meter hoog in dikke takken uiteenreikt, begint Cleon te fantaseren. “Die heeft een vriend van mij als zaadje uit Afrika meegenomen. Ik weet het niet hoor, ik ken de boom niet, maar ik stel me zo voor dat er in Afrika dan een tijger of leeuw in klimt om zijn prooi te verorberen.” Inmiddels is de zon tot aan de horizon gezakt. Waarom begint hij niet alvast met toeristen rond te leiden in zijn koninkrijkje, om zo alvast wat te kunnen investeren? “Nee”, lacht hij schuw; hij heeft vandaag nog niet zo verlegen gekeken. “Weet u, er moet nog zoveel gebeuren. Het is heel goed, heel prachtig, maar het moet heel goed gefatsoeneerd worden, het moet schoon zijn. De leguanen moeten in een vijfsterrenhotel terechtkomen.” Dan lacht hij weer helder. “Ja, het is een pracht van een plan, een pracht!”

 

Comments ()
donderdag, 01 augustus 2013 00:00

Het Surinaamse achterdeurtje

De backtrack

Het fatsoen van een achterdeurtje

backtrack

Officieel kent Suriname langs de Guyanese grens maar één grensovergang. Maar sinds jaar en dag wordt er een achteringang gedoogd, de zogeheten backtrack. Die moet nu worden gereguleerd, vindt de overheid. “Deze mensen doen niets illegaals, ze willen alleen wat extra belasting vermijden.”

Al om zes uur ’s ochtends begint de bedrijvigheid aan de Corantijnpolder, het noordwestelijkste gedeelte van het district Nickerie, het uiterste puntje van Suriname. De Backtrackers onthalen de bezoekers nieuwsgierig en proberen hun clientèle te onderscheiden van voorbijgangers. “Gaat u over? Daar staat uw auto het veiligst.” Op het parkeerterreintje tegen de zeedijk staan wat overkappingen. Een hooggehakte vrouw, haar zonnebril hoog op het hoofd, komt met drie grote dozen van een bekende Surinaamse bakkerij het veld op. Ook zij wacht op het eerstvolgende motorbootje naar Springlands, Guyana. Al generaties lang vindt er goederenen personenvervoer plaats tussen Springlands en Corantijnpolder, tussen Guyana en Suriname. Illegaal, want de twee aanmeerplaatsen van de Canawaima, de veerverbinding tussen Southdrain en Molesoncreek 35 kilometer zuidelijker, gelden voor beide landen als enige port of entry. Daar zijn douane, immigratiepolitie en andere officiële instanties aanwezig. Hier aan de zeedijk is daarvan geen spoor. Zelfs een pier is er niet. Toch wordt de backtrack door beide regeringen gedoogd. “Er is nu een situatie waarbij je bijna kunt spreken van een soort gewoonterecht”, stelt Melvin Linscheer, directeur Nationale Veiligheid van het Kabinet van de President, “maar de verbinding is illegaal. Alles wat het land binnenkomt, moet worden gecontroleerd. Niet alleen door de douane, maar ook door de ministeries van Justitie en Politie, Volksgezondheid en Landbouw Veeteelt en Visserij.” De gedoogconstructie geldt tot de grenzen van het district Nickerie. Wie via de Oost-Westverbinding naar Paramaribo rijdt, moet bij een roadblock in Burnside halt houden. Vanaf dat punt moet iedereen over de juiste papieren beschikken. Aan die situatie moet een einde komen, vindt Linscheer. “Dat is de verantwoordelijkheid van Suriname aan de internationale gemeenschap.” Het voorstel van het Bureau Nationale Veiligheid: ‘verplaats’ de backtrack 35 kilometer naar het zuiden, als aanvulling op de veerverbinding. “Je stopt de illegaliteit aan de zeedijk, maar je vraagt de belanghebbenden om hun zaken in South Drain voort te zetten. Dan kan je gebruikmaken van de faciliteiten die daar zijn.” Het alternatief is dat de bestaande route wordt gelegaliseerd. Dan moeten alle betrokken instanties in Corantijnpolder een plek krijgen. Ook moet de veiligheid van de passagiers gegarandeerd worden door er bijvoorbeeld een pier te bouwen en te controleren of er voldoende zwemvesten aan boord zijn. Bovendien moet ook Guyana de route legaliseren: “Anders moeten die Guyanezen alsnog in Molesoncreek hun stempels halen”, verklaart Linscheer. Vooralsnog is Guyana dat niet van plan.

backtrack 1

Backtrackers
De plannen worden met argusogen gevolgd door de backtrackers, bijna allemaal mannen uit de Corantijnpolder. Niet alleen boothouders en bootsmannen, maar ook sjouwers, verkopers en taxichauffeurs verdienen hun dagelijks brood met de verbinding. In de eerste consultatierondes die door het Bureau Nationale Veiligheid zijn gehouden, hebben zij hun bezwaren kenbaar kunnen maken. “We zouden voortaan 35 kilometer moeten rijden. Je begint onkosten te maken vanaf je huis: eten, drinken, benzine. En je weet nooit of je klanten gaat krijgen. En om één uur moet ik weer terug zijn om de kinderen van school te halen”, verklaart sjouwer John Ashokkoemar. Toch zijn de mannen niet tegen regulatie. Als het aan hen ligt, zorgt Suriname voor een douanepost in de polder. Ashokkoemar erkent: “De overheid heeft zwaar huiswerk: je moet alles op regels gaan zetten en er moeten kantoren en parkeerplaatsen komen. Maar het gaat juist heel goed zijn. De backtrack scheelt tijd en tijd is kostbaar.” Het is niet zozeer de lengte van de overtocht die van de oversteek per veer een tijdrovende onderneming maakt. Dankzij de controles, het rooster (slechts tweemaal daags) en de omweg, duurt het al gauw een halve dag. Daarnaast is een bootje veel goedkoper. Een overtocht via de backtrack kost ongeveer veertig srd. “Meestal kiezen mensen daarom toch voor de kleine boot.” “Waarom kan het niet hier?’, vraagt ook de oudste backtracker zich af. Zijn naam is Dewiednandan Baidjoe, “maar als je ‘Pee’ zegt, weet iedereen wie je bedoelt.” Hij heeft zich opgeworpen als spreekbuis van de backtrackers. In 38 jaar heeft Pee heel wat mensen zien komen en gaan. Terwijl hij vertelt, luisteren zijn twee zoons en wat collega’s toe. “Onze voorouders werkten aan de andere kant. Nu is het andersom en werken de Guyanezen hier. En er zijn onderlinge familierelaties. Als ik dood ben, moet het geregeld zijn.” Niemand van de heren heeft er moeite mee om met naam en toenaam genoemd te worden, ook willen ze best op de foto. “Kijk, als we nou dieven waren, of inbrekers”, verklaart Pee, “maar we verdienen eerlijk ons brood.” Toch zijn bootsmannen volgens het Smokkeldecreet uit 1986 ervoor verantwoordelijk dat de goederen die zij aan boord vervoeren van de juiste papieren voorzien zijn.

Papieren
backtrack 2
De houten motorboten liggen luttele meters achter de waterlijn voor anker. Aan boord komen zonder natte voeten is onmogelijk. Zo lijkt het tenminste. “Spring maar op mijn rug!”, roept Ashokkoemar lachend. Her en der worden volwassen mensen op brede ruggen gehesen. ‘Paardjerijden’, noemen de sjouwers het zelf spottend. Garantie op droge voeten geeft dat niet, maar ze blijven in ieder geval redelijk schoon. Bovenal geeft het creatieve mensen als John Ashokkoemar een mogelijkheid om wat bij te verdienen. Maar als de backtrack wordt verlegd, is ook hij zijn baantje kwijt: in South Drain is geen modderstrand. Wanneer alle tien passagiers aan boord zijn, wordt de boot van de oever af geduwd. Voorin liggen zes reddingsvesten, die worden doorgegeven aan wie wil. De motor begint te ronken en de boot maakt vaart naar de overkant. Aan boord is Abena More. Ze woont in Georgetown en doet de route wekelijks. Trots laat ze de gouden ketting om haar hals zien die ze in Suriname heeft gekocht. Om haar pols schitteren zes nieuwe armbanden. In een plastic zak heeft ze nog een stapeltje T-shirts. Hoewel ze de sieraden nu zelf draagt, zal ze die in Georgetown of in New York verkopen. Ook handelt ze vaak met Trinidad. Maar slechts in kleine hoeveelheden, want “dat mag”. En alles met de juiste papieren. Zegt ze. Voor het legaal exporteren van de sieraden zal More op zijn minst een landencertificaat moeten kunnen overleggen dat de herkomst van de goederen bevestigt. Vijftien minuten later meert het bootje ongeschonden aan bij een lange pier, waarop annen elkaar luid roepend verdringen om geld te wisselen, of om passagiers te vinden voor een ritje naar Georgetown. Op de wal staat een enkele douanier in burger, met een nauwelijks zichtbaar pasje rond zijn nek. Hij werpt een snelle blik op personen en tassen. Om paspoorten wordt niet gevraagd: hij is van customs, niet van immigration. Er is een kantoor van immigratie ongeveer twee kilometer verderop, maar dat is volgens het bordje alleen tijdens kantooruren open. Dus niet op deze zaterdag. En papieren in orde of niet, Abena More mag doorlopen.

Markt
Hoewel de twee pieren waarop wordt aan- en afgemeerd prominent in zee steken, er een eenvoudige controle plaatsvindt en er zelfs een kantoortje is van een bootmaatschappij die de Corantijn bevaart, lijkt de aanmeerplaats vakkundig uit het zicht te worden gehouden. Het is even zoeken naar een van de smalle straatjes die naar de hoofdweg leiden. Daar is de markt in volle gang. Op straat worden groente en fruit verkocht, en middeltjes ‘to straighten the back and the front’. Bij de achteruitgang van het marktgebouw haalt een jonge kerel voorzichtig een verfrommelde papieren zakdoek uit zijn broek. Hij toont de inhoud aan een compagnon: drie zilveren kettingen. De tweede man neemt er één van en beent met flinke pas naar een betralied winkeltje twee hoeken verder. Enkele ogenblikken later breidt de verkoper zijn collectie uit. Legaal? Smokkel? Heling? Eenmaal op de markt is de herkomst van producten nauwelijks te herleiden. Hoewel er een constabulary office bij de ingang is en er gepatrouilleerd wordt, kan – of wil – de politie niet alles overzien. Voor het kantoortje wordt bijvoorbeeld volop geld gewisseld. “Sommigen zullen een cambiovergunning hebben, anderen niet”, verklaart een ambtenaar uit Corriverton, de gemeente die bestaat uit de kernen Springlands en Skeldon. De Berbice Anti Smuggling Squad patrouilleert volgens hem slechts zelden op de markt. “Waar een grens is, wordt gesmokkeld. Het enige wat je kan doen, is dat minimaliseren”, zegt hij. Maar daar heeft de marktwerking volgens hem al voor een groot deel voor gezorgd. “Inmiddels zijn er nog maar zes of zeven grote importeurs die hier handelen met Suriname. Zij kopen goederen in bulk in. Ook al betalen die bedrijven de juiste belastingen, daar kunnen kleine smokkelaars niet tegen concurreren.”

John Ashokkoemar

Cadeautje
“Dat klopt”, bevestigt een ervaren handelaar op de backtrack. Met gestreken overhemd en pantalon wacht hij bij een van de pieren op de overtocht. Maar dat concurreren moeilijk is, wil niet zeggen dat hij geen winst kan maken. In een tas, verborgen achter een plank even verderop, bewaart hij zeventien sloffen Marlboro-sigaretten, afgedekt met een oude krant. Die verkoopt hij in Suriname met tachtig procent winst. Hij berekent zorgvuldig met welke goederen hij iets kan verdienen en zoekt de grens op van waar hij mee weg kan komen. Hij heeft gestudeerd, “dus ik ken de wet beter dan de douaniers”. Wat dat betreft kan hij wel eens gelijk hebben: tijdens een telefoongesprek een paar dagen later verklaart een Nickeriaanse douanemedewerker dat de nieuwe Tabakswet het roken, verhandelen én importeren van tabak volledig verbiedt. In het Guyanese paspoort van de handelaar heeft hij, dankzij de Caricom, een verblijfsvergunning waarmee hij zes maanden in Suriname kan blijven. Gedurende die tijd kan hij aan beide kanten van de grens gaan en staan waar hij wil. De douanebeambten aan beide kanten kennen hem inmiddels, ze weten dat hij pas getrouwd is en aan gezinsuitbreiding denkt; ze weten dus dat hij meer te verliezen heeft dan zijn goede naam en geen onnodige risico’s neemt. Ook over de controlepost bij Burnside maakt hij zich geen zorgen. “Douaniers weten precies wat er gebeurt, maar ze laten de kleine vissen gaan.” Het is daarom belangrijk ze te vriend te houden. “Af en toe neem ik een cadeautje voor ze mee. In Guyana is de douane agressiever, omdat de beambten minder betaald krijgen. Surinamers zijn gemakkelijker.”

Timing
Het grootste voordeel van de backtrack is de tijdwinst, bevestigt hij. Het kost via deze route acht uur om van Georgetown in Paramaribo te komen. Met de pont wordt het altijd nachtwerk. Maar of hij nu in Springlands een illegale overtocht maakt, of in Molesonscreek in een legaal motorbootje stapt, dat zou voor zijn zaken niet uitmaken. De tijd die de omweg kost, is dan verwaarloosbaar. “De onkosten reken ik gewoon door in de prijs.” Des te meer pijn zal de verplaatsing van de backtrack doen bij de bewoners die hun handel lokaal houden. Voor hen is de timing essentieel. Een vrouw klimt met een stapel lege emmers aan boord. Ze zorgt dat ze aan de Surinaamse kant is zodra de vissers daar binnenkomen. De emmers gaan gevuld met de vangst van de dag terug naar Springlands en belanden daar op de markt. Als de route naar het zuiden wordt verplaatst, kost dat haar uren. En dus haar handel. De handelaars op de gedoogde route weten vakkundig te balanceren tussen wat mag en niet mag, en wat de autoriteiten bereid zijn om door de vingers te zien. “Dat noem ik nou het fatsoen van de backtrack”, stelt de handelaar, “deze mensen doen niets illegaals, ze proberen alleen wat extra belastingen te vermijden.” De échte smokkel vindt volgens alle backtrackers ergens anders plaats, op een ander tijdstip en een compleet andere schaal.

Veiligheid
Op de weg terug beuken de golven harder dan vanochtend. Twee meisjes voor in de boot gillen het uit van spanning en plezier. Dit keer is er geen reddingsvest te bespeuren. De handelaar wijst op het water in de bodem: de Surinaamse eigenaar heeft de boot niet goed onderhouden. De Maritieme Autoriteit Suriname (MAS) houdt toezicht op de boten op deze rivier, maar zegt weinig te kunnen uitrichten wanneer die geen vergunning hebben. “Deze bootsman is een van de besten”, verzekert de handelaar. En dit is het gunstigste getij om naar de overkant te gaan: de zee stuwt nu het water de rivier in. Als het hoogste punt is bereikt, en de rivier krijgt de overhand, dan creëert dat een gevaarlijk zuigende onderstroom. De backtrack kende een paar dieptepunten. Bijvoorbeeld in februari 2007, toen raakte de propeller van een buitenboordmotor vast in een visnet, waardoor het bootje water maakte en zonk. Twee mensen kwamen om het leven. De reddingsvesten die aan boord waren, werden niet gebruikt. Meerdere malen werd de route ‘gesloten’ met behulp van het Nationaal Leger. Onder andere vanwege onenigheid tussen gevestigde boothouders en nieuwe ondernemers. Het extra toezicht deed de prijs van een – daardoor nachtelijke – overtocht alleen maar stijgen. Het is dus niet waarschijnlijk dat het verplaatsen van de backtrack de noordelijke verbinding volledig opheft. “Dit soort dingen kunnen nooit gestopt worden”, erkent Pee. En ook Linscheer weerspreekt niet dat mensen de officiële paden zullen blijven ontwijken. “Weet je hoe lang die grens is? Dat kan je nooit allemaal controleren. Maar dat wil niet zeggen dat je niet verantwoordelijk bent voor wie en wat het land in komt en uit gaat.” Wanneer alle betrokken partijen zijn gehoord, naar verwachting deze maand, zal de president een knoop doorhakken. Zodra het bootje de luwte van de landtong bij Nickerie heeft bereikt, wordt het water kalmer. Een van de meisjes voorin begint de golven te tellen, maar al snel zoekt ze met haar hoofd de schouder van haar moeder op. “De Surinaamse wateren zijn altijd rustiger”, mijmert een andere vrouw in het Engels. Ook terug op Surinaamse wal is de rust teruggekeerd. De dragers doen hun werk. Een paar mannen leggen in de schaduw van het hokje een puzzel, wachtend op de volgende boot die terugkeert uit Guyana.

Comments ()
donderdag, 01 augustus 2013 00:00

De affaire-Abrahams

De affaire-Abrahams

Ramon Abrahams

Het ontslag van Ramon Abrahams als minister van Openbare Werken kwam voor vriend en vijand als donderslag bij heldere hemel. Als vertrouweling van president Desi Bouterse leek hij onaantastbaar. Dus er moest wel echt iets aan de hand zijn om hem de laan uit te sturen. Parbode ging op onderzoek uit en ontdekte wat vrijwel iedereen wil doodzwijgen.

Stelen van de baas mag niet. En wordt, als het aan het licht komt, afgestraft door de rechter. Stelen van het volk is een doodzonde. Maar Ramon Abrahams komt er vooralsnog mee weg. Sterker nog, hij is eervol ontslagen en heeft daardoor nog tot eind dit jaar recht op een volledig salaris met toelagen, zo’n 25.000 srd bruto per maand. Ook daarna hoeft hij geen droge rijst te eten, want een directeurssalaris (zo’n tienduizend srd) ligt dan in het verschiet, plus onderstand en op termijn een leuk pensioen. En tot het einde van zijn levensdagen kunnen hij en de zijnen een beroep doen op vrije geneeskundige zorg (uiteraard op basis van eerste klasse). Maar Abrahams heeft dat allemaal eigenlijk niet nodig, want in de bijna drie jaar van zijn ministerschap is hij schatrijk geworden. Dat hij in augustus 2010 door president Desi Bouterse werd benoemd tot minister, was niet zo vreemd. De twee kennen elkaar al sinds eind jaren zeventig en trokken als militairen tijdens de dictatuur samen op, deelden lief en leed door dik en dun. Mati’s voor het leven dus, door het staatshoofd beloond met een ministerspost. Bovendien moest Bouterse wel: in 2006 verloor Abrahams zijn positie binnen het hoofdbestuur van de Nationale Democratische Partij (NDP). Die was daar niet blij mee en zou hebben gedreigd zich met enkele andere prominente partijgenoten, onder wie Jennifer Geerlings-Simons, af te scheiden en een nieuwe partij te beginnen. Bouterse wist de gelederen zoals zo vaak weer te sluiten en beloofde dat ze bij verkiezingswinst in 2010 een leuke functie zouden krijgen. Aldus geschiedde: Geerlings-Simons werd Assembleevoorzitter, Abrahams kreeg Openbare Werken onder zijn vleugels. In de bijna drie jaar die hij op het ministerie zat, heeft hij er echter een behoorlijke janboel van gemaakt. En volgens tal van bronnen zichzelf extreem verrijkt. Hoeveel precies weet niemand, want Bouterse doet er het zwijgen toe. Die heeft niet eens de werkelijke reden van het opmerkelijke ontslag bekendgemaakt. Parbode ging daarom op onderzoek uit en sprak met tientallen mensen, zoals aannemers, architecten, politici en partijgenoten van Abrahams. Ze komen allemaal tot dezelfde conclusie: tientallen miljoenen srd’s zijn verdwenen of over de balk gegooid. Over hoe Abrahams, die vorige maand zijn zestigste verjaardag vierde, met enkele vertrouwelingen op zijn ministerie te werk ging, doen verschillende aannemers een boekje open. Anoniem, want tegen de benen schoppen van de NDP zou ze in de toekomst wel eens nieuwe opdrachten kunnen kosten. Dat vrijwel alle opdrachten onderhands werden gegund, is inmiddels publiek geheim. “Als aannemer kon je niet inschrijven op een project, je werd gevraagd”, vertelt een bouwer. Hij haalt het voorbeeld aan voor het leveren en plaatsen van enkele duikers in de buurt van Lelydorp. “Mij werd gevraagd een offerte uit te brengen, die was vierhonderdduizend srd. Op het ministerie werd gezegd dat ik dit bedrag moest verhogen naar 480.000 srd en alvast tachtigduizend srd cash in een gesloten enveloppe moest afleveren bij een ambtenaar. Dan zou ik de opdracht krijgen. Dat heb ik toen gedaan. Natuurlijk wist ik dat dit niet de juiste procedure was, maar ik heb liever een gevulde orderportefeuille dan dat ik mensen op straat moet zetten. Bij vorige regeringen moest je ambtenaar ook wel eens wat toeschuiven om in een goed blaadje te komen. Dat gebeurde echter heimelijk. De opzichtigheid van nu verbaasde mij.” “Ik heb die tachtigduizend srd gebracht en kreeg het werk toebedeeld, heb het uitgevoerd en naar tevredenheid opgeleverd. Het erge is dat ik nu, ruim een jaar later, pas vijftigduizend srd heb ontvangen van het ministerie. Ik loop daar de deur plat om de rest ook te krijgen, maar word van het kastje naar de muur gestuurd.” Een collega-ondernemer heeft hetzelfde zelfs meerdere malen meegemaakt. Zijn bedrijf is gespecialiseerd in installatietechniek. “Ik heb sinds oktober 2010 zeven opdrachten gehad, variërend van enkele tienduizenden srd’s tot 2,5 miljoen. Elke keer is door het ministerie gevraagd om de prijs in mijn offerte op te drijven, soms met tien procent, maar ook weleens met 25 procent. En het verschil tussen de werkelijke offerte en het uiteindelijke factuurbedrag, moest ik vooraf afleveren. Alles bij elkaar opgeteld, heb ik 927.000 srd in enveloppen afgeleverd. Dat gebeurde meestal op het ministerie, maar ik ben ook een keer bij een topambtenaar thuisgeweest. In 2011 moest ik honderdduizend srd bij Ocer bezorgen, dat was voor de partijkas van de NDP.”

trouw jennifer geerlings simons en ramon abrahams

‘Vergeet ons niet hoor’
“Abrahams zelf was nooit aanwezig bij die betalingen, maar hij heeft bij verschillende gelegenheden door laten schemeren dat ze noodzakelijk waren om opdrachten te krijgen. ‘Vergeet ons niet hoor’, zei hij dan lachend. Ik weet zeker dat het grootste deel in zijn zak terecht kwam.” Zelf heeft de installateur momenteel weinig redenen om te lachen, hij heeft nog ruim drie miljoen srd tegoed voor opgeleverd werk. “Dat frustreert, zeker nu duidelijk is dat Abrahams een mooi leventje kan gaan leiden met geld van mij en anderen. Want de vraag is niet óf hij miljoenen gestolen heeft, maar hoeveel.” Parbode hoorde nog tientallen soortgelijke voorvallen aan. De betrokken aannemers gaan er allemaal vanuit dat ze hun geld uiteindelijk wel zullen krijgen, ze staan juridisch immers sterk. Maar wie zou denken dat ze na al hun ervaringen in de toekomst niet op dezelfde wijze zaken met Openbare Werken willen doen, heeft het mis. “We zullen wel moeten”, zo klinkt het. “Als we dat niet doen, hebben we geen werk meer. En eerlijk is eerlijk, we worden er zelf niet slechter van. Bij vorige ministers moesten we steekpenningen uit onze eigen zak betalen, nu krijg je het uiteindelijk via de ingediende rekening weer terug. Dus lanti betaalt nu in feite de steekpenningen zelf.”

openbare werken

Dure werkkamer
Kort na het aantreden van Abrahams werd al duidelijk dat hij niet de intentie had om zaken serieus aan te pakken, hij wilde zijn eigen belang voorop stellen. Zijn eerste daad was het renoveren van zijn werkkamer op het ministerie, voor de lieve som van 650.000 srd (volgens president Bouterse zelfs iets meer). Dat was volgens de minister toch echt een absolute noodzaak. In het parlement kwam hij gelijk flink onder vuur te liggen. Misschien was dat wel de reden dat hij zijn dienstvoertuig kort daarna liet bepantseren. Uiteraard ook op kosten van de belastingbetaler. Dat leverde opnieuw een storm van kritiek op, een minister van Openbare Werken zou eigenlijk niets te vrezen moeten hebben. Tenzij hij zich met vage zaakjes bezighoudt. Echt veel heeft Abrahams zich van die kritiek niet aangetrokken. Sterker nog, op 19 maart van dit jaar keurde de raad van ministers opnieuw een onderhandse gunning goed voor de renovatie van de werkkamer van de directeur Civieltechnische Werken. Die kostte welgeteld 714.784,80 srd. Oostwijk Contractors & Consultancy, waarmee Abrahams vriendschappelijke banden heeft, mocht de klus klaren. Hij kon ervan overtuigd zijn dat het werk in goede handen was, want ze hadden in 2010 ook zijn eigen werkkamer een facelift gegeven. Terwijl de kamers van de ministeriële top er keurig uitzien, moet de rest van de ambtenaren zich behelpen in smoezelige andere ruimtes aan de Jaggernath Lachmonstraat. Als ze Abrahams hadden mogen geloven, hadden ze eind vorig jaar een prachtige werkplek betrokken in een bijna futuristische nieuwbouw. Op 29 december 2011 presenteerde Abrahams het ontwerp van een twin tower-gebouw, met een echte ondergrondse parkeergarage en omgeven door een paradijselijk park. Binnen een jaar zou het er staan, zo verzekerde hij. Maar bijna twee jaar later is er nog geen steen gelegd. Zo beloofde hij zoveel. En als er al projecten werden uitgevoerd, dan ontbrak iedere transparantie. Opmerkelijk is dat Abrahams in al die jaren ongestoord zijn gang kon gaan en onderhands honderden opdrachten voor projecten verstrekte, vooral aan vrienden zoals architectenbureau Ulrich Bab en aannemer Oostwijk Contractors & Consultancy. Volgens de richtlijnen van de comptabiliteitswet moet voor projecten die meer dan dertigduizend srd kosten een openbare aanbesteding worden gehouden. Alleen in geval van calamiteiten mag daar van afgeweken worden, mits toestemming wordt verleend door de raad van ministers. Onder Abrahams is die comptabiliteitswet naar het schijnt volledig overboord gegooid. Volgens de oppositie is voor minstens 350 miljoen srd onderhands aanbesteed. Hij moet daarvoor dus de medewerking hebben gehad van de raad van ministers en van het ministerie van Financiën, dat uiteindelijk de gelden beschikbaar moest stellen. De Nationale Assemblee, die de minister behoorde te controleren, werd volledig buitenspel gezet. De oppositie heeft wel herhaalde malen vele misstanden aangekaart, maar was in feite machteloos omdat de voltallige coalitie weigerde daar serieus naar te kijken.

woning abrahams

Charles Pahlad
Maar uiteindelijk werd het graaigedrag van Abrahams kennelijk ook voor zijn eigen NDP te gortig. Als de waarheid in de aanloop naar de verkiezingen 2015 per abuis naar buiten was gekomen terwijl hij nog op zijn post zou zitten, zou dat desastreuze gevolgen kunnen hebben voor de uitslag. Het was Charles Pahlad, partijgenoot en bevriend met Abrahams, die president Bouterse op de hoogte bracht dat hun mati zich met wel erg veel duistere praktijken bezighield. Die kon uiteindelijk niet anders dan Abrahams bij zich roepen en op te dragen zijn portefeuille in te leveren. Dat gebeurde in de nacht van 10 op 11 juni tijdens een urenlang gesprek, waarbij over en weer harde woorden vielen en volgens getuigen flink werd geschreeuwd. Ter vergelijking: het gesprek kort daarvoor met minister Ginmardo Kromosoeto van Ruimtelijke Ordening, Grond en Bosbeheer (RGB), die gelijktijdig het veld moest ruimen, duurde slechts vijf minuten en verliep in ‘goede harmonie’. Pikant detail is dat Abrahams eind vorig jaar met drie anderen het ruim 25 meter lange luxe pleziervaartuig Seadog heeft gekocht van dezelfde Pahlad. Volgens velen betaald met geld van Openbare Werken. “Maar die boot heeft Abrahams ook echt wel nodig”, zegt een NDP-lid uit Wanica cynisch lachend. “Want hij heeft op Noord een prachtig huis laten bouwen waar hij nog niet zo lang geleden is ingetrokken, maar bij een beetje regen staat de straat onder water.”

Bouwkundige luchtkastelen
Naast de in deze reportage al genoemde nieuwbouw van het ministerie van Openbare Werken zelf, zijn er meer projecten die in het tijdperk-Abrahams met veel bombarie werden aangekondigd, maar in werkelijkheid nooit verder dan de tekentafel zijn gekomen. Dat valt ook wel te begrijpen: op het ministerie ontbreekt het aan deskundigheid. Dat erkende ook directeur Bouwkundige werken. Lloyd Kotzebue, in de Ware Tijd van 18 mei: ‘We hebben een tekort aan ervaren kader’. Wat hij niet vertelde, is dat de meeste ervaren deskundigen na de regeringwisseling in 2010 het veld moesten ruimen, omdat ze niet de juiste politieke kleur hadden. De meest opvallende luchtkastelen op een rij.

Highway naar Zanderij
Het moet het paradepaardje van de regering- Bouterse worden, zoals de brug over de Surinamerivier en de Coppename dat waren voor de NDP-regering onder leiding van president Jules-Wijdenbosch: een heuse snelweg via de bestaande Highway naar Zanderij. Met echte flyovers, een dubbeldeks van ‘t Hogerhuysstraat en andere infrastructurele hoogstandjes zoals we die in Suriname nog niet kennen. In 2011 zou begonnen worden met de werkzaamhen, China zou het allemaal financieren. Het werd uitgesteld naar begin 2012, eind 2012 en, volgens de laatste berichten, maart 2013. Daartoe tekende minister Abrahams in novermber vorig jaar zelfs een overeenkomst met ACE Consultancy. Het Chinese Dalian zou de klus gaan klaren, zoals ze al zeveel wegen hebben mogen aanleggen. Het is nu augustus 2013, van de nieuwe Highway is nog geen centimeter gelegd.

Ontwatering
De bestrijding van wateroverlast in stad en land is een hoofdpijndossier dat al bij opeenvolgende regeringen op het bord heeft gelegen. Tot nu toe wist niemand daar raad mee. Ook Abrahams heeft zich erop stukgebeten. Traditiegetrouw lopen bij fikse regenbuien grote delen van Paramaribo-Noord onder water, maar ook bijvoorbeeld Latour en gebieden in Marowijne kregen het in de afgelopen tijd zwaar te verduren. Abrahams beloofde natuurlijk voor structurele oplossingen te zorgen, maar kwam niet verder dan wat ad-hoc maatregelen, die weinig soelaas boden. Maar wat dat betreft verschilde hij niet veel van zijn voorgangers.

Brug over Corantijn
Al decennia wordt gesproken over het grote economische belang van een brug over de Corantijn, om het reizen naar buurland Guyana te vereenvoudigen. Eind 2010 werd een intentieverklaring getekend met Ballast Nedam Infra Suriname, dat in ruil voor een bedrag van 483.000 euro een voorstudie verrichtte. Daarna bleef het akelig stil, waarschijnlijk vanwege geldgebrek. Gelukkig is er nog een veerverbinding.

Carolinabrug
Deze brug over de Surinamerivier is een vervelende erfenis waarmee de regering-Bouterse werd opgezadeld. Zoals dat ook het geval wat met de brug Hamburg-Uitkijk over de Saramacca. Constructies die bijna klaar waren, maar bouwkundig aan alle kanten rammelden. Ballast Nedam kreeg direct na het aantreden van de regering opdracht om de brug tussen Hamburg-Uitkijk te voltooien, wat ook gebeurde. Met de Carolinabrug lag het anders, mede doordat deze enkele jaren eerder door een zandschuit total loss was gevaren. Daar moest een nieuwe oeververbinding voor in de plaats komen. Voortvarend werd een overeenkomst afgesloten met, alweer, Ballast Nedam. De Nationale Assemblee vond de aanneemsom echter buitensporig hoog en stak daar een stokje voor. Het bouwbedrijf ontving uiteindelijk 110.000 euro voor voorbereidend werk dat reeds was uitgevoerd. Daarna bleek dat Ballast Nedam de brug alsnog mag bouwen. Zichtbaar is dat nog niet.

Verlenging Ringweg
In het overheidsprogramma InfoAct werd enkele maanden geleden enthousiast verteld dat de Ringweg vanaf Munder zou worden doorgetrokken naar Weg naar Zee, om het verkeer uit het westen een vrije doorgang te geven naar Paramaribo- Noord. Dat moet vooral de Kwattaweg richting centrum, waar files een dagelijks probleem zijn, ontlasten. Gravende machines werden in beeld gebracht, maar ook dit project lijkt inmiddels te zijn vastgelopen. Ook van de ‘integrale reorganisatie van het verkeer langs de Ringweg met de daaraan gekoppelde zijwegen’, zoals door Henk Wip van de afdeling Verkeer in januari was aangekondigd, is nog niets terechtgekomen.

Openbare Werken en corruptie
Het ministerie van Openbare Werken is van oudsher een departement waar bewindslieden sterk in de verleiding komen om te sjoemelen. Meestal ontspringen ze de justitiële dans als het uiteindelijk aan het licht komt, een enkele keer lopen ze tegen de lamp en moeten ze brommen. Zoals VHP’er Dewanand Balesar, die van 2000 tot 2005 minister was. Die werd vanwege fraude veroordeeld tot twee jaar cel, waarvan hij zeventien maanden heeft uitgezeten. Enkele dagen na de verkiezingen van 2010 kwam hij vrij. Met hem verdween ook groot aantal ambenaren van zijn ministerie achter de tralies. Zijn voorganger Rudolf Mangal, minister onder Jules Wijdenbosch (1996-2000), ontliep vervolging terwijl de bewijzen voor het oprapen lagen dat hij zich op grote schaal had beziggehouden met corrupte praktijken. De regering- Venetiaan-2 had bij haar aantreden weliswaar aangekondigd hem voor het gerecht te slepen, maar liet dat uiteindelijk na. Ook over Ganeskoemar Kandhai (VHP), minister van 2005-2010, deden vele verhalen de ronde, maar echte feiten over misstanden zijn nooit aan het licht gebracht of in de doofpot gestopt. Gevreesd moet worden dat dit ook bij Ramon Abrahams gebeurt en hij ermee wegkomt. Zijn opvolger en partijgenoot Rabin Parmessar heeft beloofd het allemaal anders te zullen doen en dat de tijd van ondoorzichtige onderhandse gunningen voorbij is. Eerst zien, dan geloven.

Comments ()
donderdag, 01 augustus 2013 00:00

Winti wai, lanti no pai

purse


De betalingsmoraal van de overheid is nooit om over naar huis te schrijven geweest. Maar de regering-Bouterse maakt er een wel erg groot potje van en laat de onbetaalde rekeningen schaamteloos opstapelen. Begin dit jaar werd duidelijk dat lanti erg krap bij kas zat, waardoor rekeningen steeds later werden voldaan. Dat was geen reden voor paniek, zo verzekerde de regering, het zou een terugkerend fenomeen zijn dat zich elk voorjaar voordoet.

Comments ()
donderdag, 01 augustus 2013 00:00

Vallende sterren

Vallende sterren

valende sterren

Panorama-presentatrice Monique Breeveld had alles wat de harten van de meeste mensen zouden begeren. Maar dat was schijnbaar niet genoeg, want op 21 mei viel ze op Schiphol door de drugsmand. Ze is niet de eerste ster die dat zichzelf op de hals heeft gehaald.

In juni werden elf leden van een Surinaamse muziekband in Nederland veroordeeld wegens drugssmokkel. De acht mannen en drie vrouwen, die een aantal optredens overzee zouden geven, hadden in totaal 9,5 kilo cocaïne met een straatwaarde van 1,9 miljoen euro bij zich. Culturele groepen uit Suriname zijn bij aankomst in Nederland meestal bij voorbaat al verdacht. Tal van brassbandleden, andere artiesten en hun hulpjes zijn de afgelopen jaren het veroordeelde elftal voorgegaan. In 2009 werd een geluidsman van het bekende Naks Kaseko Loco op Schiphol aangehouden met drugs in zijn bezit. Dat had vergaande gevolgen voor de overige leden van de groep, die eveneens werden opgepakt. Bandleider Jerrel Verweij werd pas na een kleine drie jaar van alle blaam gezuiverd en vrijgesproken. Ook leden van A Sa Go, onder wie Jolanda Wassenaar, zaten in 2008 enige tijd vast nadat een collega van de groep de verleiding niet had kunnen weerstaan. Wassenaar kwam na enkele weken weer vrij, de Nederlandse justitie had geen bewijs kunnen vinden van haar betrokkenheid. Anders was dat met haar mati Jerrel Vierklau, die enkele maanden later met een indrukwekkend aantal bolletjes in de maag de oversteek maakte. Hij werd gepakt en heeft uiteindelijk zestien maanden en dertien dagen gebromd. Sommige bekende smokkelende Surinamers bereiken Schiphol niet eens. Kaseko-zanger Bryan ‘Brio’ Tjin A Ton liep in september vorig jaar al op Zanderij tegen de lamp toen hij vier kilo cocaïne, verborgen in citroenen, noten en antroewa’s, het vliegtuig probeerde in te krijgen. En nu heeft Monique Breeveld zich bij het illustere rijtje sterren gevoegd. Maar er is een verschil: Breeveld komt, in tegenstelling de meeste aangehaalde smokkelaars, uit een vooraanstaande en welvarende familie. Dus in armoede leefde ze niet. Ze had pas een nieuwe relatie met wie ze gelukkig was, en ze maakte (weliswaar hortend en stotend) carrière als presentatrice. Als ze schuldig wordt bevonden (de rechter zal deze maand een oordeel vellen, tot die tijd is ze slechts verdachte), kun je je afvragen wat haar heeft bezield. Waarschijnlijk zal het wel de menselijke trek zijn van ‘als je genoeg hebt, wil je steeds meer’. Van die vervelende gewoonte hebben ook veel politici last. Breeveld heeft via haar advocaat uiteraard laten weten onschuldig te zijn. Maar haar verweer is zwak, ongeloofwaardig en zelfs een beetje lachwekkend: de cocaïne was verwerkt in snoepgoed dat ze in de vertrekhal op Zanderij zou hebben gekocht. Dat een of meer uitbaters van de toeristenshops meer verkopen dan alleen souveniers en andere snuisterijen, verbaast niemand. Maar Breeveld moet geweten hebben wat ze in haar handen kreeg. Want welke drugsbaas legt zijn foute handel nou in winkels op de luchthaven neer, als niet duidelijk is welke argeloze reiziger dat koopt en in zijn handbagage stopt? Grote kans dat de rechter ook deze gedachtengang volgt, waardoor het lot van Breeveld lijkt bezegeld en Suriname weer imagoschade oploopt. De dupe zijn bovenal haar twee jonge kinderen, die pas een jaar in Suriname wonen; zij zullen het voorlopig zonder moeder moeten stellen.

Comments ()
donderdag, 01 augustus 2013 00:00

Rufus George Blufpand

 

Rufus George Blufpand

Rufus George Blufpand

10/06/1928 – 23/08/2012

De naam Blufpand is een klinkende naam in Surinaamse onderwijskringen. Er is in Paramaribo een school die deze naam draagt, maar ook Rufus Blufpand is bij het ministerie van Onderwijs niet onbekend. Belangrijker nog: Hij mocht vanuit het onderwijs een wezenlijke bijdrage leveren aan de vorming van vele Surinamers. Zijn dochter Karin noemt hem ‘onze goeroe’. Zij weet enthousiast zijn leven te beschrijven. Ruf werd geboren als vijfde in een warm gezin van twaalf kinderen. Hij groeide op als domineeszoon. Achtereenvolgens was hij student op de Christelijke school, de Hendrikschool en ’s Lands Normaalschool. Aan de laatstgenoemde instelling werden destijds onderwijzers opgeleid. Hier ontmoette hij Emelita Fraser, de liefde van zijn leven. Later bezocht hij het Instituut voor de Opleiding van Leraren waar hij Engels en Pedagogiek studeerde. In februari 1952 trouwde hij met Emelita. Uit dit huwelijk werden George (1953), Karin (1954) en Martha (1966) geboren. Blufpands vrouw en kinderen moesten zijn liefde delen met een vierde partij: het Surinaamse kind. Hij begon als onderwijzer in 1948 op de Christelijke school en maakte zich later als inspecteur van onderwijs verdienstelijk in Paramaribo en Nickerie. Voorts diende hij als hoofd van het examenbureau, projectcoördinator van vele onderwijsprojecten, zoals ‘de Eenvoudige Technische School’, en als onderwijsadviseur voor de Stichting Onderwijs van de EBGS. Salomé Parabirsing-Bahmatbibi beschrijft hem vol lof. Zij mocht tussen 1956 en 1964 onder hem werken toen hij rayoninspecteur van onderwijs voor Nickerie was. Als lid van de Lions Club was Rufus Blufpand betrokken bij vele projecten die gericht waren op de verbetering van de samenleving. Korfbal, voetbal, bridge en tennis waren zijn sporten, maar dat laatste deed hij het langst. Meer dan 35 jaar stond hij twee keer per week op de tennisbaan. Tot de nalatenschap van Blufpand behoren onder meer De fakkel moet verder en Leven is leren. Beide boeken hebben betrekking op onderwijs en opvoeding. Dat hij ook zijn eigenaardigheden had, weet zijn vrouw Lita als geen ander: hij was koppig, liep met tennisschoenen het huis binnen en liet de pan aanbranden als hij water kookte. Kleinzoon Dean, die van zijn generatie het meest van opa Rufus en oma Lita genoten heeft, sprak bij de uitvaartplechtigheid zijn dankbaarheid en waardering uit: ‘Hij was een echte familyman, een groot sportliefhebber, een sociaal gedreven mens en een trouwe vriend’. Sinds 2012 is Olivia, het eerste achterkleinkind, toegevoegd aan de Blufpand-clan. De fakkel wordt inderdaad doorgegeven.

 

Comments ()
donderdag, 01 augustus 2013 00:00

Pasta met zalm

Pasta met zalm

pasta

Oorsprong
Pasta is de benaming voor een aantal Italiaanse noedelsoorten, zoals macaroni, spaghetti en vermicelli in een gewone of meergranenvariatie. De oorsprong ligt overigens niet in het Zuid-Europese land, maar waarschijnlijk in China. Daar werden in 2005 vierduizend jaar oude noedels gevonden. Het is een deegproduct, doorgaans gemaakt van harde tarwe. In Suriname kennen we vooral de macaroni en spaghetti. Maar er zijn vele andere varianten, zoals conchiglie (schelpvorm), farfalle (strikvormige pasta), fettuccine (linten) en fusilli (spiraalvormig).

Benodigdheden (voor 4 personen)
350 gram macaroni (of een andere pastavariant)
200 gram zalm (blik of diepvries)
2 uien
2 knoflookteentjes
1 rode paprika
1 groene paprika
4 tomaten
1 stevige grote appel
200 gram champignons
1 rode peper
1 klein blik tomatenpasta
100 gram geraspte kaas
2 eetlepels paneermeel zout en witte peper

Bereidingswijze
Kook de macaroni gaar. Snijd ondertussen de paprika’s in reepjes (zaden verwijderen), snipper de uien en snijd de champignons, rode peper en knoflook fijn. Verhit 75 gram boter in een wok of braadpan en smoor de groenten al roerend gedurende 5 minuten. Meng de tomatenpasta met 25 cl water, 2 gesneden tomaten, de geraspte appel plus zout en peper naar smaak. Toevoegen aan het groentemengsel en 10 minuten laten stoven. Doe nu de in kleine stukken gesneden zalm en de helft van de geraspte kaas erbij en laat het geheel nogmaals 5 minuten op een laag vuur staan. Meng de macaroni met het mengsel en doe dit in een voorverwarmde beboterde ovenschaal. Leg op de pastamix de overige, in plakken gesneden tomaten, bestrooi het met de rest van de geraspte kaas en gelijkmatig met paneermeel bedekken. Tot slot de schaal circa 10 minuten in de matig verwarmde oven zetten, tot de kaas gesmolten is.

Comments ()
donderdag, 01 augustus 2013 00:00

Chinese sciencefiction

Militair racisme

Wetenschappelijk onderzoek werpt nog steeds nieuw licht op aspecten van de slavernijperiode. Een van de meest recente studies veronderstelt dat racisme in de achttiende en vroege negentiende eeuw voor een belangrijk deel de militaire strategie bepaalde in de koloniale conflicten tussen Groot-Brittannië en Frankrijk in Militair racismehet Caribisch gebied. In die periode werd de roep om afschaffing van de slavernij sterker. De Franse revolutie en de geest van ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’ was ook tot de Caribische eilanden doorgedrongen, met slavenopstanden tot gevolg. De Britten zagen echter niets in gelijkheid en al helemaal niet in vrijheid voor de slaven. Maar ook de zogenaamde voorstanders van afschaffing van slavernij waren bepaald niet vrij van racistische denkbeelden. Beide kanten waren ervan overtuigd dat de tot slaaf gemaakten helemaal niet in staat waren zelf te besturen. Een van de gevolgen was dat zowel de Britten als de Fransen de capaciteiten van de zwarte rebellen onderschatten en hen routinematig executeerden in plaats van gevangen te nemen. Hierdoor waren de Caribische militaire acties langer en bloediger dan ze anders zouden zijn geweest.

Journal of Military History

De Onderzoeker 

Naomi SamidinNaomi Samidin (30) studeerde in januari 2013 af aan het Instituut voor de Opleiding van Leraren (IOL), MO-B Nederlands.

Wat heb je onderzocht?
“Mijn onderzoek was gericht op het gebruik van de Surinaams-Javaanse taal, in het bijzonder onder jongeren. Ik wilde weten of het Javaans een bedreigde taal is.”

En waarom wilde je dat weten?
“In 2011 werd in Suriname de Taalraad in het leven geroepen. Die raad moet ervoor zorgen dat de moedertalen in ons land behouden blijven. Een van de talen waarover in dat verband werd gesproken, was het Surinaams-Javaans. Dat wekte mijn interesse, omdat ik als Javaanssprekende al heel lang hoor dat de taal onder jongeren aan het uitsterven is. Ik vroeg me af of dat klopte.”

Waarom is dat van belang?
“Taal is een belangrijk onderdeel van de cultuur; het is deel van de identiteit van een groep. Het Surinaams-Javaans zie ik daarom als middel om de Javaanse cultuur beter te beleven en te leren kennen. Het Surinaams-Javaans werd eens als moedertaal aangeduid, maar dat kun je nu niet meer zeggen; het is niet meer de eerste taal die je meekrijgt bij de opvoeding. Nu leer je thuis eerst Nederlands, en daarna pas het Javaans. Van je moeder, oma, maar ook van buren en vrienden. Ik zie het dus niet als moedertaal maar als cultuurtaal. Willen we de cultuur behouden, dan hoort daar ook de cultuurtaal bij.”

Hoe heb je het onderzoek uitgevoerd?
“Ik heb zestig mannen en vrouwen tussen vijftien en zeventig jaar geënquêteerd, waarbij ik 32 vragen heb gesteld over hun taalgedrag, -attitude en taalgebruik in verschillende situaties. De geënquêteerden waren afkomstig uit Commewijne, Paramaribo, Saramacca en Wanica, waar de Javanen het dichtst bij elkaar wonen. Daarnaast heb ik literatuuronderzoek gedaan.”

Wat was de uitkomst van je onderzoek?
“Mijn conclusie was dat het Surinaams-Javaans niet gerekend kan worden tot de bedreigde talen in Suriname, omdat het nog in voldoende mate wordt gebruikt. Maar het is geen taal die onder de Javaanse jongeren leeft. De taal wordt vooral gebruikt in contact met de familie, onderling praten jongeren weinig tot geen Javaans omdat ze het niet voldoende beheersen. Dus als we nu niet beginnen de jongeren meer over de taal te leren, kan het Javaans over twee generaties wel tot de bedreigde Surinaamse talen gerekend worden.”

Chinese sciencefiction

cinese sciencefictionDit jaar vieren we 160 jaar Chinese immigratie. Volgens de laatst bekende cijfers van het Algemeen Bureau voor de Statistiek (2004) zijn er zó weinig Chinezen in Suriname dat ze niet als aparte bevolkingsgroep zijn geteld*. Ze vallen, samen met onder meer de Libanezen, Brazilianen en Inheemsen, onder de 6,5 procent ‘overige bevolkingsgroepen’. Wereldwijd hebben de Chinezen een behoorlijke vinger in de pap. Het Chinees is de meest gesproken taal ter wereld. En hoewel de economie het komende jaar waarschijnlijk iets minder hard stijgt dan gedacht, is het bruto binnenlands product van China sinds de jaren zeventig met zeker vierhonderd procent gestegen. Op het gebied van technologische vernieuwing is het land hard op weg de Verenigde Staten in te halen. Afgelopen juni werd bijvoorbeeld bekend dat China de snelste supercomputer ter wereld bezit. Chinese sciencefictionverhalen zouden een rol hebben vervuld in die ontwikkeling, is te lezen in onlangs naar het Engels vertaalde artikelen uit China. Hoewel Chinese sciencefiction is beïnvloed door het Westen en door Japan, heeft het genre in China een heel eigen karakter. Zo draaien de verhalen vaak rond de cultuur en ontwikkeling van de republiek. Sommige sciencefictionschrijvers gebruiken het genre om wetenschappelijke kennis voor een groot publiek toegankelijk te maken. In de vorige eeuw had sciencefiction bovendien tot doel de traditionele cultuur te transformeren tot een meer hedendaagse cultuur en de bevolking te ‘moderniseren’. Tegenwoordig wordt door het Westen naar de booming economie van China en de successen op het gebied van moderne technologie zoals ruimtevaartuigen, supercomputers en genetisch gemanipuleerde gewassen verwezen als ‘Chinese sciencefiction’. Nu blijkt dat die metafoor dichter bij de realiteit ligt dan veel mensen denken.

Science Fiction Studies, SF Encyclopedia, Wikipedia, Algemeen Bureau voor de Statistiek

*Deze maand worden de cijfers van de laatste volkstelling (2012) bekendgemaakt.

Nonsens!

‘Het woord ‘hangmat’ is een afkorting van het Nederlandse hangende mat.’

amakaNonsens. Het Nederlandse woord ‘hangmat’ is afgeleid van ‘amaca’. Dat komt uit het Taíno, de taal van de Arowakken op Haïti. In enkele Surinaamse talen is die oorsprong goed terug te horen: in het Sranantongo, Aukaans en Saramaccaans is amaka (of amáka) het woord voor hangmat. In het Karaïbs is het ni`moku. De inheemse amaca’s waren in de zestiende eeuw erg populair op de zeilschepen van Europeanen, omdat ze ’s nachts weinig ruimte innamen en overdag gemakkelijk weggehaald konden worden. En zo kwam de amaca in Europa (en uiteindelijk ook in Nederland) terecht. De oudste Nederlandstalige bron waarin de hangmat wordt genoemd, dateert van 1623. Daarin wordt het vermeld als ‘hamacken, de slaapplaats van Indianen’. Het is de zeventiende eeuw in Nederland naar alle waarschijnlijkheid vooral mondeling gebruikt. En in het dagelijkse spraakgebruik werd het woord al gauw verbasterd. Eerst tot hamak, later hangmak en ten slotte tot hangmat.

Lexicon van hardnekkige misverstanden, ISBN 90-351-1858-8, Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, ISBN 97-890-53567-463, Summer Institute of Linguistics

donderdag, 01 augustus 2013 00:00

Norma Santé

 Norma Sante

Naam: Norma Santé
Leeftijd: 32
Beroep: Zangeres van Naks Kaseko
Loco/kokkin

Norma Santé is zangeres en danseres van Naks Kaseko Loco. Daarnaast is zij kokkin voor de naschoolse opvang. Ze is een alleenstaande moeder van twee meisjes, van zestien jaar en drie jaar. Norma komt zelf uit een gezin met zes kinderen, van wie zij de oudste is.

Zit je lekker in je vel?
“Ja, ik zit lekker in mijn vel, omdat ik elke dag weer zie hoe Surinamers en ook buitenlanders van mijn gezang genieten. Dat doet mij goed. Ik weet niet hoe dat bij andere zangers is, maar altijd wanneer ik met een lied moet komen, maak ik me druk over hoe het bij de samenleving, mijn fans, zal overkomen. Het feit dat ze nog steeds van mijn liederen genieten, dat het zelfs hitsongs worden, laat mij me echt goed voelen.”

Norma Sante 1Waar ben je mee bezig?
“Ik ben nu bezig met koken voor de naschoolse opvang. Daarnaast heb ik een nieuw lied uitgebracht, genaamd ‘Monibaté’. Dit lied gaat over hard werken en het loon dat je als resultaat krijgt. Dus de leuke kant van het leven. Met de baté, een ronde ondiepe blikken schotel, wordt naar goud gezocht. Ik zing veel over goud, omdat ik toen ik nog in het binnenland woonde, samen met mijn ex-man in de goudvelden werkte. Het is niet gemakkelijk: de gouddelvers werken heel hard voor een gram goud, daarom zing ik vaak hierover. Nu ben ik bezig met een cd met puur koeltoeroe aleke poku, een muziekstijl van de Aukaners.”

Wat wil je absoluut nog doen?
“In dit leven wil ik nog lang doorgaan met mijn zang- en danscarrière. Ik wil ook graag optreden in de Verenigde Staten, Afrika en andere landen, dat is echt een droom van mij. Niet dat ik in het buitenland wil wonen, want Suriname heeft mijn hart, ik wil gewoon optreden in die landen op grote podia. Ik zou graag ook dansles willen geven aan jongeren, want ik wil mijn talent overdragen. Maar nu heb ik geen vrije tijd om daarmee te beginnen.”

Wie bewonder je?
“De persoon die ik het meest bewonderde, is er niet meer, dat was Michael Jackson. Als kind werd ik echt emotioneel wanneer ik hem op televisie zag. Zijn zangen dansoptredens vond ik altijd geweldig. Ik vind het jammer dat ik hem nooit live heb mogen meemaken. Daarnaast heb ik veel bewondering voor Louise Wondel. Zij leerde mij altijd dat ik zelfverzekerd moet zijn wanneer ik optreed. Ze was al ziek toen ik haar leerde kennen, waardoor wij nooit samen hebben kunnen dansen en zij mij geen technieken kon wijzen. Dus de echte Louise Wondel op de planken heb ik niet gekend. Helaas zal ze daar niet meer staan. Maar wanneer ik de positieve dingen hoor over hoe zij optrad, dan geeft me dat rillingen.”

Ga je voor geluk of voor geld?
“Geld absoluut niet, omdat ik dan een voorbeeld zou nemen aan de rest van de muziekwereld. Als zanger moet je geld niet op de eerste plaats zetten, anders zullen je optredens geen succes zijn. Dus maak op de eerste plaats muziek – of doe andere dingen waar je goed in bent – omdat het jouw gave of hobby is, maar niet om het geld. Ik ga voor geluk, omdat het een weg voor je opent om liefde te krijgen van je medemens en het kan ook ertoe leiden dat je geld ontvangt of andere geschenken. Dus geluk!”

Liefde of succes?
“Het belangrijkste is liefde, daarna komt succes op je pad.”

Bang voor de dood?
“Hmm, dat is een moeilijke vraag. Eerlijk gezegd wel, maar ik denk dat een ieder hier bang voor is. Niemand wil doodgaan, maar het is nu eenmaal zo dat je moet gaan wanneer het de tijd is. Er is dan no other choice. Ik heb het wel in mijn mind dat er een dag komt waarop ik niet meer hier op aarde zal zijn.”

Ga je op je sterfbed spijt hebben?
“Nee hoor, want ik weet dat ik mensen blij heb gemaakt met mijn optredens als zangeres en danseres. Die wens had ik als kind al en nu is hij uitgekomen.”

Geloof je in leven na de dood?
“Ja, omdat ik geloof dat er een God is.”

Hoe zou je herinnerd willen worden?
“Ik wil dit overlaten aan mijn fans zelf.”

Comments ()