Back U bevindt zich hier: Home Opinie Opinie Highway to heaven
woensdag, 20 april 2016

Highway to heaven

Geschreven door  Armand Snijders

De door de eerste regeringBouterse beloofde nieuwe highway van Paramaribo naar Zanderij is er nog altijd niet. In februari onthulde minister Siegfried Wolff van Openbare Werken dat de financiering nog niet rond is. De highway to heaven is een fraai staaltje volksverlakkerij, zoals dat ook bij tientallen andere projecten is en wordt toegepast.

In zijn nieuwjaarstoespraak van 2011, dus enkele maanden na zijn aantreden als president, maakte Desi Bouterse melding van een voorstudie van de nieuwe highway, inclusief voor ons land ongekende flyovers in de Van ’t Hogerhuysstraat. Met de nieuwe weg zou een einde komen aan de file-ellende naar en van richting Zanderij.

Toenmalig minister van Openbare Werken Ramon Abrahams verzekerde in december van datzelfde jaar dat in 2012 met de aanleg zou worden begonnen. Maar in 2012 zei hij dat het was uitgesteld tot maart 2013. Uiteindelijk werd het startsein voor het deel tussen de Afobakaweg en Zanderij pas in december van dat jaar door Assembléevoorzitter Jenny Simons gegeven. Daarna werd het akelig stil en gebeurde er weinig.

Enkele maanden later werd duidelijk waarom: het twaalf kilometer lange tracé loopt over de plantages Leeuwenberg, Welgelegen, Zwitsersgrond en Nieuw Door en met de eigenaren waren de ambtenaren vergeten vooraf te overleggen. Ook is er vooraf niet gesproken met de bewoners van Wit Santi, die het helemaal niet leuk vinden dat de weg door hun dorp komt te liggen. Maar er was nog een ander probleem, dat tot voor kort werd verzwegen: er is helemaal geen geld voor de aanleg van de weg omdat de (Chinese) financiering nog niet rond is. Dat wist men in 2011 al en in 2013 ook, dus eigenlijk werd het volk blij gemaakt met een dode grietjebie. Die aap kwam pas in februari bij OW-minister Wolff uit de mouw.

Geloofwaardigheid verdwenen
Het vooralsnog mislukte highwayproject is helaas slechts een van de vele voorbeelden van wanbeleid van deze regering. Want een andere omschrijving is hier niet voor. Vrijwel niets wat sinds augustus 2010 is beloofd, is gerealiseerd. Het ziekenhuis in Wanica staat er nog niet, datzelfde geldt voor de nieuwbouw van het ministerie van Openbare Werken. Van de 18.000 woningen is slechts een schijntje gerealiseerd, de zeehaven in Commewijne bestaat alleen nog maar in de dromen van opportunistische politici, evenals het doortrekken van de Ringweg tot Weg naar Zee.

En de tramlijn van Paramaribo naar Onverwagt komt er natuurlijk ook nooit. Dat Bouterse na zijn herverkiezing verzekerde dat eind dit jaar met de aanleg daarvan zal worden begonnen, gelooft natuurlijk niemand meer. Want de geloofwaardigheid van zijn regering is als sneeuw voor de zon verdwenen. Het geld uit de in 2010 goedgevulde staatskas trouwens ook.

Jokkende Peneux
Bij kleinere projecten gaat het eveneens maar al te vaak niet goed. Zoals de renovatie van het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, die eind februari leidde tot de evacuatie van alle zeshonderd ambtenaren (inclusief minister Robert Peneux) omdat het dak zo lek als een mandje bleek te zijn. Peneux was er als de kippen bij om de schuld in de schoenen van de aannemer te schuiven, want die had er sinds hij ruim een jaar geleden was begonnen met de werkzaamheden, een enorm potje van gemaakt. Hij jokte echter, volgens goed gebruik, om te voorkomen dat hij zelf de schuld zou krijgen.

De aannemer heeft volgens eigen zeggen de werkzaamheden vorig jaar maart gestaakt omdat hij niet was betaald, een klassiek verhaal dat onlosmakelijk verbonden is aan de regering-Bouterse. Aan het einde van het jaar kreeg hij eindelijk zijn geld en in januari van dit jaar pakte hij de draad weer op. Niet naar behoren van Peneux overigens, want de arbeiders deden volgens hem niet veel en zaten zelfs bier te drinken op het dak! Waarom de royaal betaalde directievoerder niet ingreep of Peneux zelf, als baas van het ministerie, de werklui niet streng heeft toegesproken, is een raadsel.

Naïviteit
Maar waar ligt het nu aan dat niets van de grond komt of bijna altijd mislukt? Laten we vooropstellen dat de meeste projecten op voorhand zinvol leken. Ze ontspruiten echter te vaak uit de koker van een naïeve politicus zonder verstand van zaken, die in zijn of haar drang om in een goed blaadje te komen bij de kiezer wat al te enthousiast roept dat iets er gaat komen. Vervolgens worden kapitalen uitgegeven aan haalbaarheidsstudies en gelikte computeranimaties en contracten met aannemers afgesloten. Pas daarna buigt men zich over de vraag hoe een en ander kan worden gefinancierd. En als laatste informeert met bewoners voor wie het project verstrekkende gevolgen heeft, tot gedwongen verhuizing aan toe. Die laatste twee stappen moeten natuurlijk al in het beginstadium worden gezet, maar dat dringt maar niet tot onze beleidsmakers door.

We kunnen er echter van verzekerd zijn dat er de komende jaren geen nieuwe grootse projecten worden aangekondigd. De staatskas is immers onder Bouterse-1 leeggeplunderd, met een pijnlijke crisis die iedere burger in de portemonnee raakt als gevolg. En in deze omstandigheden met geprojecteerde luchtkastelen het volk vervelen, daar heeft zelfs de meest domme politicus het lef niet voor. Die moet het voorlopig maar doen met de denkbeeldige highway to heaven.