Back U bevindt zich hier: Home Opinie Opinie Een straatje zonder naam
vrijdag, 16 december 2016

Een straatje zonder naam

Geschreven door  Anne Huits

Stel u woont in een straatje en uw straatje heeft geen naam. Dat kan heel lastig zijn. In geval van brand bijvoorbeeld of bij een andere calamiteit waarvan er vandaag de dag danig veel plaatsvinden. In zo’n situatie heeft u mogelijk niet de tijd, of de tegenwoordigheid van geest om de brandweer, of een andere instantie, omstandig uit te leggen hoe ze nou precies moeten rijden. Maar ook als u de postbezorging soepel wilt laten verlopen, of een taxi naar het juiste adres wilt dirigeren, of gewoon klanten niet wilt laten verdwalen is het prettig in een straatje te wonen met een naam.

Nu wilt u graag, dat uw straatje zonder naam, waardoor u dagelijks moet rijden om huis en haard te bereiken, een naam krijgt. U wilt ook graag, bijkomend voordeel, dat uw straatje regelmatig wordt onderhouden, de kuilen gladgestreken, het straatje op zijn minst mooi geëgaliseerd, straatstenen erin, hopelijk de afvoer geregeld, of misschien zelfs geasfalteerd.

In dat geval voldoet een eenvoudig schriftelijk verzoek met een voorstel voor de naam van het straatje, een duidelijke onderbouwing voor de keuze van de naam, ondersteund door een handtekening van alle bewoners van het straatje, aangevuld met een geboortedatum van diezelfde bewoners, plus hun identiteitsnummer, het geheel afgewerkt met een plattegrond van datzelfde straatje en de directe omgeving. Heel eenvoudig, althans zo wordt het u voorgehouden.

Enfin, u formuleert een schriftelijk verzoek. U gaat alle bewoners van het straatje zonder naam langs. U verzamelt de gevraagde informatie en laat die ondertekenen. Klaar. U maakt van alle stukken voor de zekerheid een kopie. Het verzoek met aanvullend en ondersteunend materiaal levert u persoonlijk af bij de betreffende afdeling van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Die afdeling is gehuisvest aan een straat die al jaren een naam heeft, namelijk de Wilhelminastraat nummer 3. Vervolgens krijgt u, als indienende instantie, want zo heet u vanaf nu, een kenmerk, bijvoorbeeld B.Z. van Binnenlandse Zaken en een nummer, bijvoorbeeld 1276. Bovendien krijgt u royaal toestemming om regelmatig te informeren naar de stand van zaken van het desbetreffende stuk.

U gunt de mensen ruimschoots de tijd om uw aanvraag te verwerken. Als die tijd naar uw mening ruim is verstreken, besluit u te bellen. De commissie is nog niet geïnstalleerd, de commissie is afwezig, de commissie heeft het erg druk, de commissie is met verlof. Plausibel, dat wil zeggen het kan allemaal. Een commissie heeft ook werkarmen. Er zijn misschien wel duizenden aanvragen van mensen die in een straatje zonder naam wonen. Een commissie hoeft heus niet al dat werk in haar eentje te doen. Die werkarmen zijn in dit geval ambtenaren van de ‘dienst straatnamen’, zal ik maar zeggen. Die ambtenaren maken er werk van om uw verzoek of uw aanvraag in behandeling te nemen en, eenmaal voltooid, door te geleiden naar de commissie. Hard werk. Nauwkeurig werk ook. Want er mogen niet twee straten zijn met dezelfde naam. Dat geeft problemen. En als u gebruik wilt maken van een familienaam, dienen alle leden van die familie een verklaring van geen bezwaar te ondertekenen.

De aanvraag verdwijnt door drukke bezigheden enige tijd naar de achtergrond. Als u er weer aan denkt, is het bijna verkiezingstijd en wat blijkt? De commissie is druk bezig geweest met het toekennen van namen aan straten, om een correcte bezorging van de stembiljetten te garanderen. Maar nee, uw straatje is niet in behandeling genomen. Waar gehakt wordt vallen spaanders en waar gewerkt wordt, laat men weleens een steekje vallen. Dus na lang bellen en aandringen wordt duidelijk dat iemand uw stukken heeft verlegd, ze zijn niet meer boven tafel gekomen. Ze zijn verdwenen. In niet ambtelijke taal, ze zijn foetsie. Erg vervelend ja, maar kunt u die stukken misschien, ja, het is een verzoek hoor, kunt u die stukken misschien nog een keer indienen? Dat zou echt de snelste oplossing zijn. En u wilt toch een naam voor uw straatje? Nou dan! U stelt een tussenoplossing voor. U wilt wel een kopie van de brief aanleveren. U wilt desnoods ook de plattegrond van datzelfde straatje en de directe omgeving aanleveren, maar u wilt niet opnieuw alle bewoners lastig vallen voor persoonsgegevens en handtekening. Tussenoplossing geaccepteerd. Dus u brengt de verlangde paperassen naar de Coppenamestraat, een straat die tegenwoordig anders heet, maar straatnamen kunnen in de toekomst allemaal weer veranderd worden. Maakt u zich niet druk. Focussen! Wij zijn bezig met een straat zonder naam en niet met een straat die al een naam had, maar zonodig een andere naam moest krijgen.

Inmiddels zijn we een hele papierwinkel, twee autoritten, tientallen telefoontjes en vele hartkloppingen verder. De werkarmen van de commissie Straatnamen kunnen u niet verzekeren dat uw aanvraag vóór de verkiezingen nog in behandeling kan worden genomen, want tja, men is nu bezig met andere wijken en overige districten. Begrijpt u? U toont begrip en gooit de handdoek voorlopig in de ring. In mei 2015 zijn de verkiezingen achter de rug. U wacht nog een paar maanden tot er een nieuwe regering klaarstaat en alle belangrijke posities zijn ingenomen. U belt weer en dan blijkt opeens dat er wel degelijk een medewerker van de commissie langs is geweest voor een oriëntatie ter plekke. Hij heeft geconstateerd dat er aarzelingen zijn en bedenkingen bij één van de bewoners. Tijd voor een diepteinterview met de betreffende bewoner. De plooitjes worden glad gestreken, het signaal staat weer op groen.

U belt naar de werkarmen van de commissie, maar wat blijkt nu? De zittingsperiode van de commissie is sedert mei ‘verlopen’. De commissie is ‘niet meer intact’. De commissie is ‘ontmanteld’. Aldus de verschillende informanten. Er is een raadsvoorstel dat op goedkeuring wacht, zodat de commissie kan worden ingesteld. Men heeft geen idee wanneer de volgende commissie aan de slag kan gaan. De zaak is nog in behandeling. Arm straatje…