Back U bevindt zich hier: Home Rubriek Stonfutu
Stonfutu

Stonfutu (34)

vrijdag, 09 december 2016 10:15

Parbode Sneak Peek - Stonfutu: Deryck Ferrier (83)

Geschreven door

“Ik ben de oudste jongen van een gezin, bestaande uit zes kinderen. Het huis waarin ik opgroeide was een heel merkwaardig huis, het had namelijk drie huisnummers. Beneden was er een Chinese winkel aan de Wagenwegstraat, de voordeur van ons huis was aan de Klipstenenstraat en als je omliep kwam je dan bij de poort die stond aan de Heerenstraat”, begint Deryck Ferrier. Hij vervolgt: “Toen wij aan de Klipstenenstraat kwamen wonen, was de straat nog van klipstenen, maar in 1940 werd deze geasfalteerd. Op de pas geasfalteerde weg gingen wij toen rolschaatsen. Ze waren pas uitgekomen in Amerika en ik was een van de eersten in Suriname met een paar. In mijn jonge jaren had ik een clubje, bestaande uit jongens van de buurt met wie ik elke middag mee bezig was. De ruimte tussen de Heeren- en Klipstenenstraat werd gebruikt als een voetbalveld en er werden ook andere spelletjes gespeeld. Spelletjes zoals tiki-paw. Tijdens dit spel sloeg je met een bat een stok en deze stok moest je dan vangen. Het was een vrij gevaarlijk spel.

donderdag, 17 november 2016 11:23

Parbode Sneak Peek - Stonfutu: Alexander Lemberg

Geschreven door

Alexander E. Lemberg (85) werd geboren op zaterdag 28 maart 1931 te Paramaribo, waar hij eerst gewoond heeft aan de Koningstraat. Op zijn zesde verhuisde hij met zijn ouders naar Pad van Wanica, en later naar de Tawajarieweg. Lemberg ziet een dag zonder het roken van sigaretten echt niet zitten. Tijdens het interview steekt hij dan ook de ene na de andere sigaret op. Hij wordt tijdens het beantwoorden van de vragen bijgestaan door zijn zoon, omdat hij slechthorend is.

Lembergs jonge jaren zagen er heel anders uit dan de jeugd die kinderen nu hebben. Hij moest zijn ouders die aan landbouw deden elke dag helpen met de werkzaamheden. “Ik ben opgegroeid in de landbouw, dit was namelijk het inkomen van mijn ouders. Toen ik jonger was, ging ik zelf gras snijden. Zo heb ik het vingerkootje van mijn wijsvinger verloren. Ik moest naast het plukken van gras, ook koeien melken.

Verder lezen? Het hele artikel is te lezen in het novembernummer van Parbode.

Francis Kuyper-Cederburg (88)

‘Vreugde en gezelligheid houden me op de been’

De hoge betonnen flat aan de rand van Zaandam oogt in eerste instantie wat kil en verlaten op deze zomerse dag in Nederland. Maar eenmaal in het portiek, zijn de eerste tekenen van de Surinaamse gezelligheid te spotten. Een groot bord met de felle kleuren van de Surinaamse vlag heet bezoekers welkom in dit speciale bewonerscomplex; een flat met op enkelen na alleen Surinaamse senioren. De woning van Francis Kuyper-Cederburg (88) staat vol met foto’s, poppen in prachtige koto’s, en in een hoek staan potten met vrolijke planten en bloemen op de vloer. De warme inrichting van haar woning verraadt het karakter van deze vrouw, beter bekend als tante Sies. Hartverwarmend, opgewekt en een glimlach van oor tot oor. “Ik maak nooit ruzie. Vreugde en gezelligheid houden me op de been. De Heer boven zorgt iedere dag voor me.” Sies vindt het heerlijk om te gaan wandelen met haar negentien medebewoners. “We hebben regelmatig uitjes naar bijvoorbeeld de bioscoop of een etentje. En dansen! Als we een uitnodiging krijgen, blijven we niet thuis.” 

Verder lezen? Het hele artikel is te lezen in het oktobernummer vanParbode. Nog tot eind deze maand in de winkel en daarna verkrijgbaar via de redactie.

maandag, 26 september 2016 06:02

Parbode Magazine Sneak Peek: Stonfutu

Geschreven door

Marie Keimling-Gummels wordt deze maand 100 jaar. Ze is naar eigen zeggen een tevreden mens. “Ik word goed verzorgd, heb allerlei mensen die me helpen. Maar vooral ben ik blij met mijn vrienden Lesly en June, die te allen tijde voor me klaarstaan. Ik zou niet weten wat ik zonder hen moet.”

Marie is geboren op plantage Hazard in het district Nickerie. Haar vader was directeur van de plantages Hazard, Waterloo en Nursery. Haar moeder overleed al op jonge leeftijd. Toen het eenmaal tijd was om naar school te gaan, verbleef Marie met haar zus Esje en broers Hugh en Ludwig bij grootma en mama Betty in Paramaribo. Later trokken ze in bij een zuster van haar vader. De herinneringen die Marie het meest koestert, zijn die van de jaarlijkse grote vakanties op Hazard en Waterloo bij hun vader. “We waren de hele dag buiten aan het ravotten en spelen. We rolden bijvoorbeeld door de modder in het vieze water van de afvoerkanalen. Als mijn vader eraan kwam, begonnen we te rennen”, grinnikt ze.

In 1943 trouwde Marie met Jules Keimling. Een Indonesische marinier, die wegens het gevaar van de Japanners in zijn vaderland was uitgeweken naar Suriname. Marie begint te grijnzen. “Ik zag een witte korte broek, witte sokken en een stel prachtige kuiten en pas daarna keek ik naar boven, naar zijn hoofd.”

Lees verder in ons magazine…

dinsdag, 20 september 2016 13:49

Marie Keimling-Gummels

Geschreven door

Marie Keimling Gummels bereikt deze maand met de wil van de Almachtige de magische leeftijd van honderd jaar. haar naasten lijken zich daar meer mee bezig te houden dan Marie zelf. “Ik heb me er nooit zo in verdiept. Ik heb gewoon gewacht en nu kom ik tot de ontdekking dat ik honderd jaar word. Ik bekijk het van dag tot dag.” Marie is naar eigen zeggen een tevreden mens. “Ik word goed verzorgd, heb allerlei mensen die me helpen. Maar vooral ben ik blij met mijn vrienden Lesly en June, die te allen tijde voor me klaarstaan. Ik zou niet weten wat ik zonder hen moest.”

Marie is geboren op plantage hazard in het district nickerie. haar vader was directeur van de plantages hazard, Waterloo en nursery. haar moeder overleed al op jonge leeftijd. toen het eenmaal tijd was om naar school te gaan, verbleef Marie met haar zus Esje (zie Stonfutu september 2015, red.) en broers hugh en Ludwig bij grootma en mama Betty in Paramaribo. Later trokken ze in bij een zuster van haar vader. De herinneringen die Marie het meest koestert, zijn die van de jaarlijkse grote vakanties op hazard en Waterloo bij hun vader. “We waren de hele dag buiten aan het ravotten en spelen. We rolden bijvoorbeeld door de modder in het vieze water van de afvoerkanalen. Als mijn vader eraan kwam, begonnen we te rennen”, grinnikt ze.

In 1943 trouwde Marie met Jules Keimling. Een Indonesische marinier, die wegens het gevaar van de Japanners in zijn vaderland was uitgeweken naar Suriname. Marie begint te grijnzen. “Ik zag een witte korte broek, witte sokken en een stel prachtige kuiten en pas daarna keek ik naar boven, naar zijn hoofd.” na het huwelijk volgde Marie haar man overal. In 1946 werd Jules weer aangesteld in Soerabaja. Met in totaal zes mannen, zes vrouwen en twee baby’s begon het eerste deel van de reis: met de boot naar Amsterdam. Daar aangekomen, ging het schema niet volgens plan. “We zouden opgehaald worden om onze reis te vervolgen, maar dit gebeurde niet. uiteindelijk verbleven ze een week in kazerne Kattenburg en nog een tijdje in een pension op het Roelof hartplein. “op de kazerne heb ik nog zo gelachen. Wij vrouwen werden bij de Marine vrouwenafdeling geplaatst. toen die jonge meiden voor het eerst thuiskwamen van de dienst, schrokken ze zich wild van de twee huilende baby’s in de kamer.” uiteindelijk kon de reis naar Soerabaja doorgaan. het gezelschap dobberde vier weken rond op een stoomboot. “We aten wekenlang droge aardappelen. Ik weet nog dat toen we eindelijk Soerabaja bereikten, we snakten naar een bord rijst en een glas ijswater. helaas was dit niet het geval; we kregen hete thee met aardappelen uit blik.” na een periode van vijf jaar in Soerabaja, verhuisden Marie en Jules naar Middelburg. “Ik heb vier jaar met zo veel plezier daar gewoond! In Soerabaja kon ik jarenlang geen kant op, maar in Zeeland kreeg ik mijn vrijheid terug.”

In 1955 verhuisde het echtpaar weer. Ditmaal binnen nederland. Ze kwamen terecht in Rotterdam. In 1968 bracht Marie voor het eerst weer een bezoek aan Suriname, sinds haar emigratie in 1946. Ze bleef er regelmatig op vakantie gaan, tot 1998. haar mening over de huidige situatie in Suriname? “Lastig te zeggen. Ieder mens zegt altijd dat het in zijn of haar tijd beter was in Suriname. Ik vind ook dat het vroeger beter was in het land, maar wij hebben ook tijden gekend dat we met bonnen in de rij moesten staan om een pak suiker te kopen of olie te halen. Maar over het algemeen hield ik me niet bezig met de situatie in het land tijdens mijn vakanties in Suriname. het belangrijkste was genieten van mijn familie. Die blijft altijd hetzelfde.”

maandag, 22 augustus 2016 09:15

Nooit te oud om te leren

Geschreven door

De 77-jarige ‘bezige bij’ Cephas Aloyisius Alexis verblijft in Huize Ashiana. Hij werd op 15 september 1938 geboren in Moengo. Een gebedskind, zo noemt hij zichzelf. “Mijn ouders hadden alleen maar meisjes. Dus ging mijn vader op een dag naar de kerk en vroeg God hem een jongen te geven. In ruil daarvoor zou hij zijn zoon dan vernoemen naar de apostel Petrus, die ook wel Cephas wordt genoemd. Zo heb ik de namen Cephas Aloyisius gekregen.”

Vanzelfsprekend dus dat Alexis later Godsdienst ging studeren. Van Godsdienst stapte hij echter over naar orthopedie. “Mannen kunnen zich meestal niet aan één ding houden. Ik ben naar Nederland vertrokken en heb daar orthopedie gedaan. Tijdens deze studie heb ik geleerd hoe schoenzolen gemaakt worden voor mensen met bijvoorbeeld platvoeten.” In 1969 rondde hij met succes zijn studie af. “Naast orthopedie heb ik ook geleerd hoe je gehoorapparaten en gebitsprothesen moet maken. Bij mijn terugkomst heb ik veel mensen daarmee geholpen. Ik heb bij verschillende ziekenhuizen en bejaardentehuizen mogen werken, waaronder Ashiana. Ook bij de Kennedyschool heb ik gehoorapparaten voor de leerlingen gemaakt.”

Alexis heeft altijd ervan gehouden om met zijn handen te werken. Zelfs op hogere leeftijd bleef hij dit doen. Zo volgde hij vijf jaar terug een cursus ‘Gitaar maken’, waar hij zijn eigen gitaar leerde maken. Hij heeft verder meegedaan met de activiteit ‘Storytelling’ van de Paramaribo Zoo, en vertelde daar twee Anansiverhalen. “Het eerste verhaal ging over de situatie in het land, over alles wat beloofd is aan de samenleving door de huidige regering. De uiteindelijke boodschap was: belofte heeft geen schuld, maar mensen maken zich schuldig aan belofte. Het tweede verhaal ging over een moederhert en haar jong, die samen met een tijger op zoek gingen naar eten. Al het eten van de dierentuin waar zij verbleven was op, dus moesten ze het bos in om naar voedsel te zoeken. Na een tijdje gelopen te hebben, kwamen zij bij een rivier, met een krokodil als bootsman. Deze krokodil legde hen uit dat er samen met hem maar twee dieren per keer vervoerd konden worden. Het moederhert was angstig om haar jong alleen te laten met de tijger of met de krokodil. Zij kwam toen op het idee om eerst met haar jong en de krokodil over te steken. Daarna zou zij samen met de krokodil teruggaan om de tijger te halen. Samen vervolgden zij hun zoektocht naar eten.”

Alexis houdt zich niet alleen met storytelling en gitaren maken bezig, hij is ook de oudste student aan de Academie voor Hoger Kunsten Cultuuronderwijs (AHKCO). Als tweedejaarsstudent van de studierichting Journalistiek is hij actief bezig in de klas, met name tijdens de discussies. Hij weet meer over de geschiedenis van het land dan de rest van de studenten en docenten.

“Ik was twee keer te laat voor de inschrijving op de AHKCO, dus toen had ik me maar ingeschreven op het Nola Hatterman Instituut. Daar heb ik kunst- en schildertechnieken geleerd. Uiteindelijk lukte het me mij in te schrijven op de AHKCO. Ik heb dat gedaan om mezelf bij te scholen, maar ook om mezelf bezig te houden.”

Een paar jaar geleden kreeg Alexis namelijk een beroerte. Het vertrek van zijn zoon naar Venezuela was de oorzaak hiervan. “Toen ik zijn moeder belde, kreeg ik te horen dat hij via Trinidad zou terugkomen naar Suriname. Ik schrok, omdat mijn grootvader oorspronkelijk uit Trinidad kwam, hij kwam via Guyana in Suriname. Via dezelfde route is mijn zoon ook in Venezuela beland. De volgende dag kreeg ik een beroerte. Daarna besloot ik om de lessen te gaan volgen.” Hij heeft het erg naar zijn zin op de academie. “Soms ben ik een beetje vergeetachtig, maar ik kan wel meedoen met de lessen!”

maandag, 15 augustus 2016 03:55

Parbode Magazine Sneak Peek: Stonfutu

Geschreven door

De 77-jarige ‘bezige bij’ Cephas Aloyisius Alexis verblijft in Huize Ashiana. Hij werd op 15 september 1938 geboren in Moengo. Een gebedskind, zo noemt hij zichzelf. “Mijn ouders hadden alleen maar meisjes. Dus ging mijn vader op een dag naar de kerk en vroeg God hem een jongen te geven. In ruil daarvoor zou hij zijn zoon dan vernoemen naar de apostel Petrus, die ook wel Cephas wordt genoemd. Zo heb ik de namen Cephas Aloyisius gekregen.”

Vanzelfsprekend dus dat Alexis later Godsdienst ging studeren. Van Godsdienst stapte hij echter over naar orthopedie. “Mannen kunnen zich meestal niet aan één ding houden. Ik ben naar Nederland vertrokken en heb daar orthopedie gedaan. Tijdens deze studie heb ik geleerd hoe schoenzolen gemaakt worden voor mensen met bijvoorbeeld platvoeten.” In 1969 rondde hij met succes zijn studie af. “Naast orthopedie heb ik ook geleerd hoe je gehoorapparaten en gebitsprothesen moet maken. Bij mijn terugkomst heb ik veel mensen daarmee geholpen. Ik heb bij verschillende ziekenhuizen en bejaardentehuizen mogen werken, waaronder Ashiana. Ook bij de Kennedyschool heb ik gehoorapparaten voor de leerlingen gemaakt.”

Ook op latere leeftijd bleef hij actief. Zo volgde hij vijf jaar terug een cursus ‘Gitaar maken’, en nu is hij (de oudste) student aan de Academie voor Hoger Kunst- en Cultuuronderwijs (AHKCO). Als tweedejaarsstudent van de studierichting Journalistiek is hij actief bezig in de klas - met name tijdens de discussies. Hij weet meer over de geschiedenis van het land dan de rest van de studenten en docenten.

“Ik was twee keer te laat voor de inschrijving op de AHKCO, dus toen heb ik me maar ingeschreven op het Nola Hatterman Instituut. Daar heb ik kunst- en schildertechnieken geleerd. Uiteindelijk lukte het me mij in te schrijven op de AHKCO. Ik heb dat gedaan om mezelf bij te scholen, maar ook om mezelf bezig te houden.”

Lees verder in het magazine!

Vanaf de achtste verdieping van het appartement van Mina Biekhram-Soedhoe (90) is het uitzicht over Den Haag werkelijk adembenemend. Het is vandaag warm in Nederland, geen wolkje aan de lucht. Alle reden om naar buiten te gaan. Maar niet voor Mina. Ze deed tot vorig jaar haar hele huishouden nog zelf. Inmiddels kampt ze met hartproblemen en zijn enkele stappen door het huis al te veel voor haar. Het is overigens niet te zien dat Mina hartpatiënt is. Haar ogen staan glashelder, ze praat honderduit en zet met regelmaat een brede grijns op.

Mina is geboren en getogen in Nieuw-Amsterdam, Commewijne. Haar ouders deden destijds goede zaken. “Ik was erg verwend vroeger, hoefde niets in huis te doen. Ik ging naar school en buiten schooltijd hielp ik mee in de winkel.” Mina was het derde kind van de twaalf. op haar veertiende werd ze uitgehuwelijkt aan Willem Biekhram. Het stel trouwde op 9 mei 1940, een dag voordat in Nederland de tweede Wereldoorlog uitbrak. De bruiloft kwam hierdoor letterlijk in het donker te staan. “Er waren Duitse gasten op onze bruiloft, goede klanten van mijn vader. Nederland gaf toen al de opdracht om alle Duitsers in Suriname te verzamelen. onze bruiloft werd daarom stiekem gehouden. Letterlijk in het donker. Er stond één lampje aan en er was geen muziek. toch wist de politie ons te vinden en werden er een paar Duitsers op mijn bruiloft gearresteerd. Niemand heeft ze ooit nog gezien.”

Na het huwelijk verhuisde Mina naar de Mariestraat in Paramaribo. Willem werkte als sergeant en was veel van huis. En omdat Willems moeder al op jonge leeftijd was overleden, werd Mina verantwoordelijk voor veel huishoudelijke taken. “Mijn schoonvader heeft me alles geleerd. Hoe ik moest koken, groente moest verbouwen, vee moest verzorgen. In het begin was het wennen, maar later vond ik het heerlijk. Uiteindelijk deed ik alles zelf. Mijn schoonvader is heel geduldig met me geweest. Het was een lieve man.” Mina en Willem kregen elf kinderen, waarvan eentje helaas als baby al overleed. “Maar de rest is allemaal goed terecht gekomen. Ik ben apetrots op mijn kinderen. Ze hebben allemaal een opleiding genoten. Dat kunnen niet veel anderen zeggen.”

Hoewel het leven in Suriname goed was, vertrok de familie vóór de onafhankelijkheid toch naar Holland. “We wilden het beste voor onze kinderen en waren onzeker over de toekomst in Suriname. Maar ik kon moeilijk wennen, en ik miste Suriname. De ruimte. De spullen. Hier in Nederland was destijds nog niets te krijgen uit Suriname. Dat is nu wel anders.”

Door een baan als schoonmaakster bij het ministerie van Defensie kreeg ze wat omhanden en begon ze zich langzaam op haar plek te voelen. “Ik had leuke collega’s en fijn werk. De anderen waren weleens jaloers op me. Ik was namelijk de enige die de Koningszaal mocht schoonmaken. De baas vertrouwde dat aan mij toe. Het grappige is, dat het daar nooit vies was. Dus ik bezemde een beetje en ging daarna een boekje lezen of foto’s kijken”, zegt ze met een ondeugende grijns.

Na haar pensioen besloot het echtpaar te remigreren naar Suriname. Helaas duurde de terugkeer naar het thuisland maar kort. Willem had een longaandoening die verergerde, waardoor het stel weer terug moest naar Nederland. Hij overleed op 68-jarige leeftijd. Mina heeft nu besloten om in Nederland te blijven. “Ik ben vorig jaar nog in Suriname geweest om mijn negentigste verjaardag te vieren. Dat was heel fijn, maar ik zou nu niet meer terug willen. Niet nu mijn man er niet meer is. Hier zitten mijn kinderen, kleinkinderen en inmiddels ook achterkleinkinderen.” Het stilzitten is iets waar ze nog niet aan kan wennen. “Het ergste vind ik dat ik niets meer zelf kan doen. Ik ben altijd een harde werker geweest. Nu moet ik toekijken hoe mijn kinderen alles voor me doen. Dat vind ik heel moeilijk.”

In 2015 mocht Elly Purperhart (83) een boek over haar leven in ontvangst nemen. Vooral de vele voorvallen die zij meemaakte als duman passeren in deze biografie de revue. “Een Duitse dominee zei eens tegen mijn moeder dat ik een bijzonder kind was. Mijn moeder begreep dit niet. Maar toen ik ouder werd, kreeg ik openbaringen.” De openbaringen die zij kreeg, konden haar familieleden niet begrijpen. Zij dachten dat Elly nog jong was en onzin sprak. “Mijn ouders besteedden er niet veel aandacht aan. Maar toen ik ouder werd, den bigisma b’o taki te y’e kisi ferstan, toen realiseerde ik mij dat ik een gave had.”

Ook op school merkten de leerkrachten dat Elly een speciale aanleg had. Zij kon bijvoorbeeld uit het niets een opstel of gedicht verzinnen. “Ze stonden altijd versteld daarvan.” Het viel Elly op dat zij veel kon doen met dit talent: zij kon haar gave ten goede of ten kwade gebruiken. Ze koos voor het goede. “Ik zag dat ik veel mensen ermee kon helpen. Daar leef ik voor, ik zie niet graag iemand lijden.”

Elly had op de uloschool een juffrouw frans, die haar door de manier waarop ze gedichten voordroeg, inspireerde om ook zelf te beginnen met dichten. “Zij had veel problemen in haar familie, haar vader was namelijk alcoholist. om daaraan te ontsnappen, is zij naar Curaçao gegaan. Dit deed mij veel pijn, omdat ik haar echt als een moederfiguur zag. Haar stijl van gedichten voordragen heb ik overgenomen, en de gedichten die zij voordroeg, ken ik allemaal nog steeds. twee maanden nadat zij is vertrokken, ben ik gestopt met de school. Het deed mij pijn om elke dag daar te zijn, zonder haar te zien. Ik kon mezelf niet terugvinden.”

Tijdens haar werk als duman heeft Elly veel meegemaakt. Leuke en minder leuke dingen. “In dit werk zie je hoe gemeen de mens tegen een ander kan zijn. De mensen die bij mij kwamen, hadden veel geloof in mij. Ik moest hen bevrijden van hun problemen. Een jongedame kwam een keer naar mij toe en vertelde mij dat zij bang was dat iemand iets voor haar gezet had. Mi kot’ wan luku en toen zag ik dat het niet voor haar was. Iemand met wie zij samenwerkte, kwam met een hebi naar het werk om een hogere positie te krijgen. En toevallig was het ding met haar meegekomen. Zij bracht mij met toestemming van haar werkgever naar haar werkplek, en daar begon ik de plaats in te zegenen. Plotseling vloog een ruimte in brand, de ruimte waar dat ding zich manifesteerde. Met een brandblusapparaat hebben zij deze gelukkig snel kunnen blussen. Hierna had zij nooit meer last.”

Aan vrouw Elly werd vaak gevraagd waarom zij haar kennis en de gebeurtenissen niet in een boek liet vastleggen. Zelf had zij weinig zin in dat idee, totdat ze benaderd werd door Chandra van Binnendijk. “Zij vertelde dat ze een boek over mij wilde uitbrengen. In het begin was ik er onzeker over. Ik zei nog tegen haar: ‘Ik heb zoveel meegemaakt. Je komt nooit klaar met schrijven’. uiteindelijk ging ik toch akkoord, omdat ik vond dat het tijd is dat men weet wat het werk van een duman precies inhoudt. Veel mensen zeggen dingen die niet waar zijn. En alle kennis die ik heb opgedaan, wil ik ook verder delen. Zo begon het dus: elke dag schreef ik een stukje en zij kwam het dan ophalen om zo het boek te kunnen schrijven.” tot op heden wordt vrouw Elly nog elke dag opgebeld voor adviezen.

dinsdag, 17 mei 2016 12:35

Elfriede Emeline Maria Tolud (93)

Geschreven door

Vredig, vrij en vriendelijk. Dat is het zeker in Coronie, waar we op bezoek gaan bij deze toch wel stonfutu celebrity. Ze woont in het grote groene huis aan de Commissarisstraat, en vanaf het balkon kijken we samen naar de straat waar iedere voorbijganger enthousiast een hand naar haar opsteekt. Elfriede Emeline Maria tolud-Vriesde (93), roepnaam fride, was jarenlang het gezicht van het staatslogeergebouw in het district en is bovendien de moeder van de bekendste Surinaamse hardloopster ooit. fride lacht verlegen bij het noemen van de prestaties van haar dochter Letitia. “Ik ben heel trots op al mijn kinderen. Ik kreeg zeven jongens en zes meisjes.

Helaas is een van mijn zonen zeven jaar geleden al overleden. Mijn kinderen zijn allemaal ondernemers, niemand werkt voor lanti. Ze doen hun eigen ding en dat vind ik geweldig.” fride heeft momenteel een van haar kleinkinderen op bezoek uit Nederland. Ze zit met achterkleindochter Jamie op schoot en streelt teder haar wangetje. “Ik heb ongeveer veertig kleinkinderen. Het aantal achterkleinkinderen is moeilijk voor me te tellen hoor. Het zijn er sowieso een hoop!” zegt ze met een grijns. fride is in deze straat geboren en getogen. Haar ouderlijk huis staat op een steenworp afstand. Haar man, Samuel Herman Vriesde, bouwde het groene huis waarin ze nu woont in 1972. Haar echtgenoot overleed in 2015 op 95-jarige leeftijd. “We kwamen elkaar tegen op een feestje. Hij had toevallig verlof van de schutterij.

Het klikte meteen tussen ons en de vriendschap groeide uiteindelijk uit tot liefde.” In 1947 trouwde het stel. Samuel stopte bij de schutterij en werkte voornamelijk in de landbouw. “Hij was de hele dag op het veld bezig, terwijl ik druk was met alle kinderen in huis. We waren een hecht en hardwerkend stel. Samuel was tot zijn dood nog heel pienter. Ik mis hem nog iedere dag.” fride werkte jarenlang als gastvrouw van het lokale staatslogeergebouw.

Ze deed dit werk al voordat de kinderen er waren, en pakte toen de kinderen groter waren de draad weer op. “Het was echt een drukke maar leuke baan. Ik heb er een hoop hechte contacten aan overgehouden. Sommigen kom ik nu nog tegen of zoek ik op als ik in Nederland ben.” Een brede glimlach verschijnt op het gezicht van fride. “Ik heb zelfs premier Joop den uyl nog te logeren gehad.” Haar laatste bezoek aan Nederland is inmiddels drie jaar geleden. “Mijn kinderen en kleinkinderen wilden me overal heen brengen, maar ik pakte gewoon zelfstandig de trein of bus. Een mens heeft niets voor niets een mond gekregen. Je kan altijd vragen waar je moet zijn. Zelfstandigheid is belangrijk. Dat hebben we onze kinderen ook altijd geleerd.” fride vindt dat er heel wat haken en ogen aan de hedendaagse opvoeding zitten.

“Het is tegenwoordig ieder voor zich en God voor ons allen. Vroeger was de hele straat één grote familie. We letten op elkaars kinderen, maar we corrigeerden ze ook. Je kon het kind van de buurvrouw zonder twijfel een tik geven als een kind zich misdroeg. tegenwoordig komen de ouders op hoge poten naar je toe. Ik hoorde laatst zelfs dat een kind rollend in het zand op het schoolplein om de aandacht van haar ouders vroeg. De juf zou haar hebben geslagen, terwijl de juf haar met geen vinger had aangeraakt! En dan beginnen de ouders vervolgens ook nog te schreeuwen tegen de juf, terwijl ze haar verhaal niet eens hebben aangehoord. Werkelijk!

Mijn kind zou geen tand meer in de mond hebben als ik op dat moment de moeder was geweest; jokken tegenover de juf is uit den boze! Maar dat de ouders niet automatisch de partij van de juf kozen, verbaasde me nog meer. Zo blijft er toch geen onderwijzer meer over in ons land? Het zou weer zoals vroeger moeten zijn. Vroeger leefden we goed. God zorgde voor alles. Als je op het rechte pad blijft, zorgt Hij ervoor dat je alles krijgt wat je wilt.”

Pagina 1 van 3