Back U bevindt zich hier: Home Rubriek Amra
Amra

Amra (3)

woensdag, 01 oktober 2014 00:00

Selectief geheugenverlies

Geschreven door

Ginny Roos zoekt iedere maand naar het verhaal achter
een rechtszaak en beschrijft, soms met een tikkeltje fantasie,
de aanleiding tot een arrestatie

Hein (34) was altijd zo’n jongen die lak aan iedereen had, zo eentje die zich autoritair opstelde zonder dat hij er weet van had hoe leiding te geven. Als hij een discussie aanging, ging het hem vooral om het kleineren van anderen en niet om het op basis van valide redenen zijn punt te maken. “ik ben een selfmade man, een entrepreneur, niemand kan tegen mij op”, zei hij regelmatig. Zijn vrienden tolereerden zijn gedrag, vooral omdat hij vaak met geld strooide zodra hij wat verdiend had. Dat geld had hij meestal met oplichterij, praatjes, fraude en andere duistere klusjes weten af te troggelen. in december vorig jaar maakte Hein een tripje naar suriname. Hij had gehoord over de geweldige avonturen die anderen hier tijdens hun vakantie hadden beleefd, en besloot het een keer zelf te ervaren. Daar zat hij dan, in de grootste feestperiode van het land, en ging van de ene party naar de andere. in het nachtleven, kort voor zijn vertrek, ontmoette hij iemand die in hem een potentiële zakenpartner zag. Dat streelde niet alleen zijn ego, het wekte zijn nieuwsgierigheid zodanig dat hij na een half jaar wederom in ons tropenland vertoefde. Hein vertelde zijn nieuwe vriend dat hij in suriname was voor bedrijvenonderzoek, omdat hij zich wilde komen vestigen. samen besloten zij een stuk grond te kopen om gezamenlijk een bedrijf op te zetten. Gelukkig, en zo toevallig, bleek zijn mati een makelaar te kennen. Die was bereid 100.000 euro te investeren in hun ondernemingsplan, maar om het geld te kunnen krijgen, moest Hein eerst weer een keer terug naar nederland. “ik vertrouwde hem”, legt Hein de rechter voor. “We zijn beiden ondernemers en hij wilde in mij investeren, dus voor dat geld was ik wel bereid een boodschapje mee te nemen ja. Alleen, ik heb niet onderzocht wat hij me meegaf.” op de vraag of hij werkelijk niet wist dat het pakketje drie kilo cocaïne bevatte, reageert hij ontkennend: “ik ben een sportman, ik heb nooit eerder in mijn leven drugs gezien. ik zou niet weten wat het was.” Hij is de onschuld zelve. Maar dan brengt de rechter hem terug naar het moment waarop hij door de mand viel: “U wist niet dat u verkeerd bezig was? Waarom wees u dan eerst een zwarte koffer aan als die van u? U heeft totaal geen medewerking verleend tijdens het onderzoek. Pas toen via de security uw koffernummer werd achterhaald, bleek dat u de verkeerde had aangewezen. ook toen u moest aangeven waar u verbleef, werd de politie steeds van het kastje naar de muur gestuurd.” Dan herinnert Hein zich opeens zijn trauma. “ik heb last van geheugenverlies. Ziet u, mevrouw de rechter, in nederland was ik eens betrokken bij een zware aanrijding en heb toen een slag aan mijn hoofd gehad, waardoor ik dingen vergeet.” Zonder er al teveel acht op te slaan, vervolgt de rechter haar vragen: “Met wie deed u zaken? Weet u waar deze makelaar te vinden is? Was het niet vreemd dat iemand die u nauwelijks kent, geld aan u wilde geven? Zo gemakkelijk.” Fluitend komen de naam, het telefoonnummer en de woonbuurt van de makelaar eruit. “Meneer, het verbaast me dat u last heeft van geheugenverlies, maar wel het nummer uit het hoofd kent. Echter, toen men het huisonderzoek moest doen, gaf u steeds verkeerde adressen op.” Hein gaat anders staan en denkt na. “Ja, sommige dingen weet ik soms nog wel.” “Maar waar u verbleef, is u totaal ontgaan? in de buurt waarnaar u steeds verwijst, zijn geen appartementencomplexen. De naam van die makelaar verandert ook elke keer.” Dan staren ze elkaar aan. “Weet u, het verbaast me dat uw geheugenverlies zo ernstig is en u toch mag reizen van uw arts in nederland. Dat u zelfs de straat alleen op mag, verbaast mij. is het wel verantwoord om in deze toestand alleen te reizen?” ook daar kan hij zo snel geen zinnig antwoord op bedenken, dus staart hij de rechter aan. “Kunt u mij dan ten minste uitleggen waarom u elke keer uw vertrek hebt verlengd? U kwam in eerste instantie voor twee weken. Echter, een dag voor vertrek bent u gaan verlengen en dat deed u nog een paar keer op het laatste moment.” Dat weet Hein nog wel: “ik ben een zakenman, een entrepreneur. ik wilde mijn zaken goed regelen vóór mijn vertrek.” Met al dat ‘geregel’ zorgde Hein er eigenhandig voor dat hij nóg langer mag blijven. Maar nu in voorarrest, omdat de zaak is uitgesteld.

dinsdag, 01 juli 2014 00:00

‘Mama, help me alsjeblieft!’

Geschreven door

Ginny Roos zoekt iedere maand naar het verhaal achter een rechtszaak en beschrijft, soms met een tikkeltje fantasie, de aanleiding tot een arrestatie

De oogleden van Priya voelen zwaar. Toch probeert zij haar ogen te openen en haar blik te focussen op één ding. Ze voelt zich draaierig en kan niet uitmaken waar ze zich bevindt; ze ziet wazig. Het meisje voelt dat er tegen haar aan wordt gestoten. Een branderige pijn maakt zich van haar meester en doordat ze nauwelijks kan bewegen, raakt ze in paniek. Ze spert haar ogen wijd open en wil gillen, maar dan wordt haar mond opeens stevig dichtgedrukt. “Shh… Houd je mond!” Priya herkent de bevelende stem; het is die van haar moeder. Tegelijk beseft ze dat ze op bed ligt en dat de ondragelijke pijn vanuit haar middel komt. Terwijl zij weer het bewustzijn verliest, houdt Priya alleen nog maar de schim van haar moeder in het vizier en dompelt in een diepe rust. Ze glijdt steeds verder weg van de pijn en het verdriet, en haar gedachten dwalen af naar het begin van deze ochtend. Mama was toen zo lief. “Drink dit in één teug Priya. Het smaakt een beetje raar, maar het is een goed medicijn”, zegt Sita tijdens het ontbijt met een zachte stem tegen haar dochter. “Mama, het lijkt op sap, maar het ruikt zo vies. Waarom moet ik het drinken?” Aanmoedigend brengt Sita het glas, dat Priya in haar hand houdt, omhoog richting haar mond. “Gewoon in één teug naar binnen gieten, schat. Radjin wil dat we het beiden drinken. Het is goed voor onze gezondheid.” Sita woont nog maar net een maand met Radjin, de stiefvader van Priya en haar broertjes, wanneer hij zijn ware aard toont. Hij wil seks met zijn tienjarige stiefdochter en haar moeder moet toekijken. In eerste instantie reageert Sita hier verdrietig op. Ze was al door haar familie verstoten om haar nieuwe man; die was het niet eens met de relatie. Tijdens de rouw om haar overleden echtgenoot was ze in de armen van deze pandit beland, en besloot direct bij hem in te trekken. Hij bood haar een huis, een nieuw leven en was in het begin erg lief voor haar en de kinderen. Toen zij eenmaal een ‘gezin’ vormden, werd hij opeens agressief. Hij sloeg zowel Sita als de kinderen. Maar dit, dit zag ze niet aankomen. En nu hij zijn ware behoeften kenbaar heeft gemaakt, dringt het eindelijk tot haar door. ‘Hij was werkelijk vijf jaar vast voor ontucht. Hij liegt dat hij onschuldig vastzat’. Sita wist zich geen uitweg. “Als je mij weigert, zet ik je met al je biezen op straat. Je hebt nergens te gaan, onthoudt dat maar”, siste hij haar toe. “En als je zelfs één persoon vertelt over wat er in dit huis gebeurt, sla ik je in elkaar. Ik vermoord je!” De druk op haar bovenarm en de greep om haar kaak logen er niet om. Als ze niet deed wat hij zei, zou ze samen met haar kinderen op straat belanden. Ze had geen andere keus. Het spul dat ze haar dochter heeft toegediend is geen medicijn, maar een cocktail van alcohol en sap. Als Sita merkt dat het drankje begint te werken, stuurt zij haar jongens naar school. “Wat gebeurt er met Priya? Ze doet zo raar”, vraagt de jongste nog. Ze weet zich geen houding en zegt slechts: “Ja, je zus doet een beetje raar, maar gaan jullie gewoon naar school. Vandaag blijft zij thuis.” Ondertussen houdt Priya het niet langer en ligt ze voorover op de eettafel. Wanneer zij weer bijkomt, bevindt ze zich in een onverlichte kamer. Dan dringt ook de misselijkmakende zweetgeur van haar stiefvader door haar neus en wil Priya als een wilde om zich heen slaan en schoppen. Maar haar handen zijn vastgebonden en haar benen houdt hij geklemd op het bed, terwijl hij haar keer op keer penetreert. Het meisje wil het uitgillen, de ellende die haar overkomt, is niet te verdragen. En haar moeder helpt niet. Integendeel, zij helpt haar stiefvader om zijn daden ongestoord te verrichten. “Mama!”, gilt ze in haar moeders handpalm. “Help me alsjeblieft!” Maar dat gebeurt niet. Sita kijkt weg en laat hem zijn gang gaan. Op dat moment wil ze slechts dat de buren niet horen wat zich daar voltrekt. Als Radjin klaar is, trekt hij zich terug en vervolgt de dag alsof er niets aan de hand is. De volgende keer wil hij graag dat Priya kijkt hoe het hoort, en een voorbeeld neemt aan wat hij allemaal met haar moeder doet. Als dat niet helpt, heeft hij ook wel wat porno bij de hand waar ze naar mag kijken. Zeven keren gebeurt dat nog, totdat Priya’s oma en tante het bij de politie aan het licht brengen. Tien jaar krijgt haar stiefvader, terwijl haar bloedeigen moeder vier jaartjes mag brommen voor medeplichtigheid.

zondag, 01 juni 2014 00:00

Tan bun fu skin

Geschreven door

“Wie wil weten wat zich afspeelt in het land, moet regelmatig een bezoek brengen aan de rechtszaal”, adviseerde een minister mij eens tijdens een interview. Ik volgde dit advies op en vond in deze bezoekjes inderdaad nieuwe inspiratie om het leed van het volk vast te leggen. In de rubriek ‘Rechtszaal’ leest u over de aanleiding tot een arrestatie - met een tikkeltje fantasie.

Edje en zijn vrouw Helga liggen al uren te slapen wanneer om half een in de ochtend de telefoon rinkelt. Het Boslandcreoolse stel van middelbare leeftijd werkt de hele dag hard, en gaat dagelijks vroeg naar bed. “Suma e bel a yuru disi”, klinkt de stem van Helga geïrriteerd onder de lakens vandaan. “Liever neem jij op, want mi o kos’ a sma!” Haar man pakt het mobieltje van de vloer en zit dan slaperig rechtop in bed. Hij herkent direct het nummer van zijn broer en neemt geschrokken op. “Ai boi, san pasa di y’e bel a yuru disi?” Er is gelukkig niets gebeurd, maar zijn broer heeft een dringend verzoek. “De schoondochter van een vriend van mij, Amanda, heeft hulp nodig. Zij komt nu nu met spoed naar de stad, maar heeft een plek nodig om een paar dagen te verblijven. Y’o man yepi?”

Edje richt zich zachtjes tot zijn vrouw. “Henri o seni wan uma pikin kon na foto, ma a no abi wan presi fu tan. Vind je het erg om haar een paar dagen op te vangen?” Helga ergert zich aan de situatie, maar het kind in de steek laten, wil zij ook niet op haar geweten hebben. “Doe maar”, zegt ze dus. “Maar als het mij niet bevalt, dan moet zij weer weg.” Edje vertelt zijn broer het goede nieuws: “A mag tan dya. Later w’o tak’ moro bun.” Dan stapt hij uit bed om de voorkamer alvast in te richten, zodat het meisje voorlopig daar kan slapen.

Zakenvrouw
De volgende ochtend staat Amanda al heel vroeg op de stoep. Ze had geen geld voor de bus en kon onverwachts een lift krijgen van vrienden van haar schoonvader, verklaart ze het vreemde uur. Het meisje, dat negentien jaar oud is en nergens anders dan Marowijne en de ‘Franse kant’ is geweest, blijkt een dochter te zijn van een bekende van Edje. “Ja, je vader ken ik van toen ik nog op Albina woonde. Maar wat kom je eigenlijk doen in de stad?” En Amanda begint haar verhaal. Ze is van alle markten thuis, heeft voor elke zakelijke mogelijkheid een plan en voor elke branche een unieke manier om nog meer geld te verdienen. Alles wat zij vertelt, klinkt zó veelbelovend, het koppel hangt aan haar lippen. Dat zij niet eens een koperen cent had om naar de stad te reizen, vergeet het stel al gauw. Als zij naar Amanda luisteren, zien zij gouden munten, stapels biljetten, srada’s en euro’s. “Maar om dit alles goed te kunnen doen, moet ik baden. Dat mek’ mi kon na foto, fu was wan yeye watra. Den taigi mi wan Haiti man ey tan na foto sa e du en bun.” Edje kent de man niet en weet ook niet waar hij woont, maar hij laat weten dat hij haar verder graag wil helpen. “Ma a wasi sa yu mus wasi, mi no man du. Mi kan was’ yu wan tan bun fu skin, moro mi no man du.” Amanda vindt het prima, en zo weet zij de twee over te halen om te investeren in haar ‘zaken’.

Investeren
Op het moment is zij bezig met een hoteleigenaar in Frans- Guyana, legt ze Edje uit. “Hij heeft bedden, matrassen, televisies, nachtkastjes en klerenkasten nodig om zijn kamers in te richten. Die spullen zijn hier veel goedkoper. Als ik alles aanlever, krijg ik de onkosten plus mijn arbeidsloon uitbetaald in euro’s. Als jij mij een deel voorschiet, als investeerder bij dit project, dan betaal ik je alles uit in valuta.” Het idee om een van haar investeerders te zijn, spreekt Edje erg aan. Zonder twee keer na te denken stapt hij naar de bank en geeft haar tweeduizend Surinaamse dollar. Amanda vertrekt vervolgens na een paar dagen met haar inkopen naar Albina, en belooft Edje dat hij na een week van haar hoort als zij alles naar de Franse kant heeft gebracht. En dat gebeurt ook. “Maar ik ben nog niet uitbetaald. Ik moet nog enkele spullen aanleveren; dan pas heb ik de hele lijst afgewerkt en kan ik ontvangen.” Edje wil de zaken bespoedigen dus gaat hij wederom naar de bank en voorziet Amanda dit keer van zesduizend srd. Maar in plaats van Edje te bellen voor uitbetaling, benadert Amanda hem hierna voor een nieuw project. “Een kennis van de hoteleigenaar wil ook zaken doen, maar hij heeft veel meer spullen nodig. Ben je geïnteresseerd of zal ik mijn andere zakenpartners vragen? Yu ab’ wan aiti dusun na mi k’ba.” Edje hoort zijn geldkas al rinkelen en wil ook hierin investeren. Hij is echter door al zijn spaartegoeden heen en bedenkt een andere optie. Met alle benodigde stukken stapt hij naar een bekende geldschieter, en krijgt een soort ‘hypotheeklening’ op zijn huis en perceel. “Mi feni bankudusun gi a project disi, m’o seni a moni gi yu es’esi!” laat hij Amanda later weten.

Onbereikbaar
En dan gaat het pas goed mis. Wekenlang hoort Edje niets van Amanda. Als hij haar belt, neemt zij niet op. Ook de mensen met wie hij via haar in contact was gekomen, zijn onbereikbaar. Helemaal van streek besluit hij zijn broer te bellen: “A uma pikin sa i sen k’a mi, na wan oplichter. A gwe nanga dusundusun fu mi. Als je haar ziet op Albina, laat me direct weten, ik laat haar opsluiten!” Binnen een week belt zijn broer hem met een tip. “Esde a komopo fu Frans sei, abra k’a dis’ sei. Ze is nu naar Moengo, bij haar vader.” Edje vertrekt dezelfde dag nog met Helga naar Moengo, en stapt daar direct naar de politie. Samen rijden zij naar Amanda’s huis en daar wordt het meisje gearresteerd. Ze verzet zich hevig: “Mi no lei gi den sma, m’e swer’eng gi. Ik betaal hem tot de laatste cent terug, ik moet alleen een bankrekening openen, zodat die mannen het geld overmaken. Ik zweer het, ik ben geen oplichter. Als ik word opgesloten, ziet hij niets meer van zijn geld terug.” Huilend, schreeuwend en schoppend laat ze zich meesleuren naar de politiewagen. “Mi no licht den sma op, m’e swer’en!”