In de rubriek ‘Hoe gaat het met…’ zoekt Parbode publieke figuren op die uit de publiciteit verdwenen zijn. Deze maand is het de beurt aan de vierde president van Suriname: Ramsewak Shankar (88). Hij droeg de scepter van 1988 tot 1990.
Hoe gaat het?
“Met mij prima. Als je oud wordt, heb je enkele gezondheidsproblemen, maar voor de rest gaat het goed. De laatste tijd heeft mijn vrouw te kampen met gezondheidsproblemen. Je moet dat aanvaarden. Alles wat over je komt, is je lot.”
Hoe kijkt u terug op uw periode als president?
“Tevreden. Ik ben blij dat ik in een zeer moeilijke tijd iets voor mijn land kon doen, waarbij ik – als het zou moesten – mezelf zou hebben opgeofferd. Ik ben God dankbaar dat alles goed is afgelopen. Ik ben eerlijk gezegd niet bang geweest. Mijn vrouw nog minder. Ik herinner me dat ik Brunswijk had uitgenodigd voor vredesbesprekingen. Ik had (Jules) Ajodhia en (Willy) Soemita uitgenodigd en dignitarissen van het binnenland. De militairen hebben toen twee beveiligers van Brunswijk doodgeschoten in mijn kantoor.”
Als u het nog eens over kon doen, wat zou u anders hebben aangepakt?
“Ik werd president, maar de politieke leiders hadden al bepaalde toezeggingen gedaan aan de legerleiding om de verkiezingen door te laten gaan. Ik moest die afspraken uitvoeren. Dat lukte niet altijd. Het gaf altijd problemen. Het leger moest elke maand een half miljoen US-dollar krijgen, want ze moesten de spionnen op de ambassades betalen en andere activiteiten uitvoeren. Hier hadden ze ook informanten.
Als ik het weer zou moeten doen, zou ik een aantal dingen anders doen. In elk geval zou ik nooit samenwerken met de leiding van het leger die constant oppositie voert tegen de regering. De leiding van de politie was loyaal, maar de bond had veel invloed op de ambtenaren en voerde bij elk wissewasje actie. Op de twee gewapende machten, op wie je moet kunnen rekenen als president, kon ik niet rekenen.”
Wat bent u gaan doen na uw presidentschap?
“Ik ben tijdens het Nieuw Front regeringsadviseur geweest om speciaal de toenmalige vice-presidenten Ajodhia en Ramdien Sardjoe te adviseren. Ik was tot mijn zeventigste lid van de Raad van commissarissen van De Surinaamsche Bank. Na mijn presidentschap was ik adviseur bij Fatum, waar ik ook al voor mijn presidentschap president-commissaris was. Ik was voor ik president werd, president-commissaris van Gum Air en Skyfarm. Binnen een week na mijn presidentschap werden die plekken aangeboden. Ik ben twee jaar geleden bij deze twee bedrijven gestopt.”
Hebt u spijt?
“Ik geloof niet dat ik spijt heb van iets wat ik in mijn leven gedaan heb. Ik heb wel spijt dat ik niet altijd de juiste vrienden heb gekozen, vrienden die me verraden hebben of in de steek hebben gelaten. Maar van mijn daden heb ik geen spijt. Ik ben al 63 jaar gelukkig getrouwd. We hebben vier leuke kinderen die tot vandaag een goede band met ons hebben.”