
‘Brokopondo was mooi ontwikkeld’
In Brokopondo-Centrum maken we kennis met de in Nieuw Aurora geboren Hedwich Jozef Guillaume Adipi (80), beter bekend als Adipi. Hij komt uit een klein gezin met twee kinderen. Op vierjarige leeftijd verloor hij zijn moeder, Debora Adipi, waarna hij verder werd opgevoed door zijn vader, Jabini Seedorf. “Mijn groeiperiode was nog in de koloniale tijd, dus ik ben niet in een ziekenhuis geboren”, vertelt Adipi. “Er was toen nog geen polikliniek in het dorp.” Zijn vader werkte als houthakker en kapte rondhoutblokken. Als tiener ging Adipi vaak met hem mee het bos in om hout te kappen voor de verkoop.
Het was een moeilijke periode om werk te vinden. De houtblokken werden in de stad verkocht, maar het transport was zwaar en duurde lang. Het verzamelen van hout vond in het dorp Jaw Jaw plaats en dit proces duurde zes maanden. Vervolgens werden de houtblokken via de rivier vervoerd. Men dreef anderhalve maand op het water voordat men aanmeerde bij Plattebrug.
Deze reis vereiste een grondige voorbereiding van een half jaar. Onderweg overnachtten ze langs de rivier en zetten de volgende dag hun tocht voort. In Paramaribo werden de houtblokken verkocht aan zaagmolens aan de Saramaccastraat. Het gezin verbleef daar in een appartement, op de plek waar nu S.D.S.M. gevestigd is. Een oudere vrouw verhuurde er kamers. Het verblijf in Paramaribo duurde ongeveer twee weken.
De terugreis begon met een eendaagse treinrit naar Kabelstation. Van daaruit ging men per boot terug naar Nieuw Aurora, een reis die ongeveer een maand duurde, meent Adipi.
Niet lang daarna waren er geruchten over de aanleg van een dam door Suralco. Jongeren uit Adipi’s leeftijdsgroep waren enthousiast, omdat dit werkgelegenheid zou bieden. Na overleg met zijn vader besloot Adipi naar Brokopondo te vertrekken om werk te zoeken.
In 1969 vestigde hij zich in het centrum van Brokopondo. Hij werkte vijf jaar lang als maaier, destijds een veelvoorkomende baan voor ongeschoolde arbeiders. Dankzij zijn positieve instelling en goede reputatie kreeg hij daarna de kans om bij een autowasserij te werken. Daar werkte hij zes maanden. Om meer te kunnen verdienen, had hij een rijbewijs nodig, zodat hij auto’s kon verplaatsen.
In 1974 behaalde hij zijn rijbewijs. Vanaf dat moment werkte hij als buschauffeur, een functie die hij tot op heden vervult. Adipi was de enige boslandcreool die de opdracht kreeg om commissarissen naar het district te vervoeren, tot het begin van de Binnenlandse Oorlog in de jaren tachtig. Deze periode bracht veel onrust met zich mee en leidde tot achteruitgang in Brokopondo, zegt Adipi teleurstellend. “Het district was ooit mooi ontwikkeld”, zegt hij. “Er was een goede infrastructuur.” Hij zag het gebied geleidelijk achteruitgaan. Dorpen zoals Victoria, Babunhol en Phedra waren belangrijke centra voor landbouw en veeteelt. Voor varkensvlees ging men naar Phedra en voor rundvlees naar Babunhol. Adipi woont nog steeds in Brokopondo-Centrum en werkt als schoolbuschauffeur. Daarnaast besteedt hij zijn vrije tijd graag aan zijn favoriete hobby: hengelen.
Hij is vader van een zoon en een dochter. Hij verloor zijn zoon, toen die 25 jaar was. Adipi is daarnaast dienaar binnen de Evangelische Broedergemeente (EBG) en heeft zich ingezet als voorzitter van een voetbalteam in Brokopondo-Centrum. Sinds zijn vestiging in het district is hij ook lid van de politieke partij NPS. Daarnaast heeft hij gewerkt voor CLO Brokopondo.